Bronbeek confronteert met koloniaal verleden


Van monsterkanonnen tot Kareltje Eenoog

Bronbeek confronteert met koloniaal verleden

Door ANDRÉ HORLINGS

Kupulan

Het Reünie- en congrescentrum Kumpulan, inclusief Indisch restaurant, ligt direkt achter het hoofdgebouw van Bronbeek.

(29 juni 1999) Het aantal ex-soldaten dat ooit in actieve dienst was bij het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) is er langzamerhand op de vingers van twee handen te tellen. Het oorspronkelijke 'Koloniaal Militair Invalidentehuis' op het landgoed Bronbeek in Arnhem, aan de grens met Velp, staat sinds 1972 open voor alle Nederlandse krijgsmachtsonderdelen. Zelfs vrouwelijke militairen kunnen van hun oude dag genieten in het 'Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek', al heeft tot nu toe niemand van dat recht gebruik gemaakt.

Bij de ingang wordt koning Willem III geëerd met een borstbeeld. Hij schonk het landgoed aan de Staat der Nederlanden, met de bedoeling er een militair invalidentehuis van te maken. In navolging van Frankrijk, waar een soortgelijk 'Hôtel des Invalides' was opgericht. ,,Er lagen oorspronkelijk 220 man; nu zijn het er 38. Er heerste een Spartaans regiem'', vertelt Bert Westhoff, één van de vrijwilligers die als gids graag bereid is een toelichting te geven op de expositie. ,,De bewoners waren verplicht hun uniform te dragen en moesten vier uur per dag korvee doen.'' Hij wijst op een smal, ijzeren ledikant waarin een strobaal als matras diende.
Het museum is na een ingrijpende restauratie tussen 1995 en 1998 opnieuw ingericht. Vroeger werd er een 'triomfalistische kijk' geworpen op het Nederlandse verleden overzee, met veel nadruk op 'het beteugelen van woelingen' en 'het neerleggen van kwaadwilligen'. Ooit werden er zelfs schedels van verslagen tegenstanders tentoongesteld, keurig voorzien van naam, plaats en woonplaats. Nu wordt een meer afgewogen historisch overzicht geboden, met ook aandacht voor de tegenstanders van het koloniale gezag. Het zijn herinneringen aan een tropisch Nederland dat steeds verder vervaagt, want er zijn steeds minder mensen die in Nederlands-Indië woonden, werkten, dienden of werden geboren.
De geschiedenis van het KNIL loopt als een rode draad door de museumzalen. In de gang hangt een paneel met de 'belangrijkste krijgsbedrijven' tussen 1825 en 1945. Daarop worden 36 oorlogen en incidenten onderscheiden. De geschiedenis wordt in vijf perioden ingedeeld, van 1595, de kolonisatie door de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), tot 1962, de dekolonisatie van Nederlands Nieuw-Guinea.

Curieus

Het is een curieuze collectie, die begint met schilderijen van het VOC met de 'bloedvlag' in top, verwikkeld in gevechten op leven en dood met zeerovers, vijand en en concurrenten. Alles draaide om de specerijen. Kruidnagelen, kaneel en peper liggen in een opstelling voor het grijpen, zodat je het exotische aroma ruiken kunt.
De hautaine houding van de kolonisatoren wordt soms onthullend duidelijk. Zo zijn de warme, 'Europese' uniformen van het KNIL bepaald niet ontworpen voor dienst in de tropen. ,,Ze dateren uit 1830, van na de Slag bij Waterloo; er werd voor je gedacht'', licht gids Bert Westhoff toe. ,,Het VOC was failliet gegaan aan de concurrentie. In heel Europa werden vrijwilligers geworven. Dat leverde een paar honderd gulden handgeld op, plus een pensioen. Wanneer de soldaten dat al haalden, want er was niet alleen het gevaar van sneuvelen, maar ook van tropische z iekten als malaria en beri beri. Maar als ze het overleefden konden ze in Bronbeek terecht.''
De soldaten namen ook bedienden in huis. Daaraan dankt de bevolkingsgroep zijn bestaan die als 'Indische Nederlanders' wordt aangeduid. ,,Eigenlijk gaat het om Indische Europeanen'', weet Westhoff, die wijst op de dubbele f in zijn eigen achternaam. In één van de zalen hangt een portret van een officier met een onmiskenbaar Indisch uiterlijk: generaal K. van der Heijden, die tussen 1887 en 1900 ook commandant van Bronbeek was. Hij stond bekend als 'Kareltje Eenoog'. ,,Hij kreeg een schampschot, liet de wond verbinden en vocht door, maar verspeelde zijn oog door een fatale ontsteking. Zijn vader was een ridder, die hem niet wilde erkennen, want een onecht kind was een schande voor de adel. Toen Van der Heijden beroemd was geworden mocht hij alsnog diens naam aannemen, maar dat weigerde hij.'' Opmerkelijk is ook een portret van een zwarte soldaat, Jan Kooij. ,,Hoe hij echt heette weet niemand. 'Jan' was gemakkelijk en 'kooi' heeft waarschijnlijk iets met de slaapplaats te maken. Hij kon goed tegen de hitte en dat was nuttig. Hij redde twee generaals het leven en verdiende daarmee de Willemsorde. Van de gedecoreerden met deze hoogste militaire onderscheiding is hij het laagst in rang. In het leger bracht hij het niet verder dan korporaal, want 'zwarten konden geen leiding geven'.''

De Generaal Karel van der Heijdenbank in Bronbeek, opgericht ter ere van 'Kareltje Eenoog'

Monsterkanonnen

Het heldhaftige verleden weerspiegelt zich in de grote hoeveelheid wapentuig in het museum, variërend van musketten tot luchtafweergeschut. De krissen in alle maten en soorten blijken niet 'zomaar' fraaie messen. ,,De uitvoering staat bol van de symboliek waaruit de islamitische, boeddhistische of hindoeïstische achtergrond van de drager is af te leiden. Ze zijn vervaardigd uit een legering van ijzer en nikkel; een verbintenis tussen aards oer en hemelse meteorieten.''
Pronkstuk is de 'grootste islamitische verzameling van monsterkanonnen ter wereld', veroverd tijdens de veertigjarige oorlog tegen de opstandige moslems van Atjeh (1873-1914), die zich evenmin door de Japanners of Indonesiërs lieten onderwerpen, zoals blijkt uit de voortdurende incidenten in 'Aceh'. Het zijn er een stuk of twintig, sommige zwaar bewerkt met islamitische ornamenten, die door een Turkse sultan waren geschonken aan het islamitische broedervolk. Enkele lijken fraaier dan praktisch bruikbaar; andere raakten in de strijd dramatisch beschadigd door voltreffers of een voortijdige explosie. In Bronbeek pronkten ze een tijdlang in de gangen van het tehuis; niet altijd tot genoegen van de ouwetjes die er met hun wandelstokken of wagentjes omheen moesten slalommen. Nu hebben ze een stijlvolle plaats gekregen op de voormalige kegelbaan, die door een glazen wand uitzicht heeft gekregen op de tuin.
Bij bezoekers met persoonlijke herinneringen aan de Gordel van Smaragd maakt het gedeelte dat is gewijd aan de Japanse bezetting de meeste emoties los. Van de Sumatra-spoorweg is anderhalve meter bewaard gebleven; een maquette herinnert aan de beruchte Brug over de River Kwai in Birma. Het vernederende verblijf in de vrouwen-, mannen en jongenskampen, de wrede behandeling, de ondervoeding en het verplichte eerbetoon aan keizer Hirohito sloegen diepe wonden. Op een foto staat een executie met samoerai-zwaard op het punt van uitvoering; op de achtergrond een breed grijnzende Japanner. De bewakers bleven na de bevrijding in dienst om de orde te handhaven, tot pas in 1949 de laatste kampen werden ontruimd. Maar intussen had Indonesië met succes zijn onafhankelijkheid bevochten.


Museum Bronbeek, Velperweg 247, Arnhem.



ANDRÉ HORLINGS OP INTERNET:
Arnhem Spookstad | Rees: De verzwegen deportatie | Kriegsgefangenenpost | Het drama van de SS Pavon
Artikelen en features | Krapulistische oprispingen | 100 jaar Apeldoornse Courant
Webcams: World Webcam Monitor > Unprotected webcams > Cruiseship cams > List of webcams and more
Media: Press > TV > Radio & video > Twitter and more
World: Atlas | Natural events | Weather > Climate change | Disasters > Earth's End
Various: Dutch Courage's Boeken | Guitar at Charles Bridge | Contact

Aangepast zoeken
© André Horlings
Make a Free Website with Yola.