Dood van een godvruchtige dwangarbeider


Op 28 november 2007 vond in het stadhuis van Apeldoorn de jaarlijkse herdenking plaats van de razzia van 2 december 1944, toen rond 4000 samengedreven Apeldoornse mannen, na een angstige dag op en rond het Marktplein, in twee treinen met onbekende bestemming werden afgevoerd. Eén van die treinen werd meteen al de volgende ochtend bloedig door Britse vliegtuigen beschoten. Uiteindelijk kwamen 850 Apeldoorners terecht in een werkkamp in het Duitse Rees, waar een terreurregiem heerste dat in drie maanden aan zeker 264 mensen het leven kostte. Eén van hen was Daan Jansen, een Apeldoornse jongen met een onwankelbaar Godsvertrouwen. Zijn verhaal koos ik als onderwerp toen ik, als eindredacteur van het boek 'De verzwegen deportatie', werd uitgenodigd één van de sprekers te zijn tijdens de herdenkingsbijeenkomst.

Bevel

Het 'Bevel', dat alle Apeldoornse mannen tussen 16 en 57 jaar dwong zich op 2 december 1944 op het Marktplein te melden. De leeftijden op het originele pamflet waren met de pen veranderd.

Daan Jansen (17),

Blijmoedige dwangarbeider
met onwankelbaar Godsvertrouwen

Door ANDRÉ HORLINGS

(30 november 2007) Hierbuiten gebeurde het. Daar, op het Marktplein, werden op 2 december 1944 uit alle hoeken en gaten van Apeldoorn 11.000 mannen afgeleverd om te wachten op de dingen die komen zouden. “Het Marktplein was geheel afgezet met wapens en gewapende macht”, beschreef één van hen, Bernard Zwerus, de sfeer. “We betraden het met het gevoel van ‘nu zitten we in de muizenval en we komen er niet meer uit’.”
’s Avonds werden 4500 van hen afgevoerd naar het station. “Onder het mooie licht van de opkomende maan", zegt Zwerus, "schreden wij zwijgend het Stationsplein over en werden als willoze schapen in de donkere coupé’s geduwd, vervuld met weinig moed gevende gedachten". De volgende morgen al vonden 28 Apeldoorners de dood toen één van de twee treinen door Britse bommenwerpers werd beschoten bij Werth bij Bocholt, vlak over de grens. De piloten dachten dat ze een Duits troepentransport onder vuur namen.


In het najaar van 2004 kreeg ik een telefoontje. Arend Jan Disberg uit Apeldoorn aan de lijn. Hij vertelde dat zijn vader in de oorlog in Kamp Rees had gezeten en daar eigenlijk nooit over had gepraat, tot enkele jaren geleden bij stukje en beetje de details loskwamen waarover hij altijd had gezwegen. Dat was voor Disberg aanleiding geweest om het verhaal op te schrijven, maar ook om op zoek te gaan naar lotgenoten. Een speurtocht van enkele jaren had geleid tot honderd interviews en een berg aan documentatie. Inmiddels was zijn vader overleden maar straks, op 2 december 2004, zou de razzia zestig jaar geleden zijn.  Op het Marktplein zou dan ook een monument worden onthuld. En het zou mooi zijn als er dan ook een boek was.

Dat hebben we niet gehaald; het werd vier maanden later.

Kamp Rees

Kamp Rees. Voor wie een tijdje in Apeldoorn rondloopt is dat geen onbekend begrip. Daar hadden Apeldoorners gevangen gezeten, en er was ook nog iets met de beschieting van een trein. Maar meer was mij, zelfs als oud-journalist van de Apeldoornse Courant, eigenlijk niet bekend. Ik had er nog nooit mee te maken gehad. Het onderwerp kwam nauwelijks in de publiciteit. De verschrikkingen in het kamp waren dermate mensonterend geweest dat veel overlevenden er na thuiskomst niet over konden praten. Zo werd de nachtmerrie van Rees in Apeldoorn een ‘verzwegen deportatie’.

Disberg zocht nog een eindredacteur en was door mijn oud-collega Peter Otterloo op mijn spoor gezet. Toen ik aarzelend interesse toonde stond hij even later voor mijn deur... met vier barstensvolle ordners.

Boek Journalistiek gezien was het werken aan 'De verzwegen deportatie >' een dankbare taak. De ordners bevatten een schatkamer aan gegevens. Het 'Bevel', dat iedereen tussen 16 en 47 jaar maar had te volgen. Ooggetuigeverslagen van de treinbeschieting bij Werth en de opvang van doden en gewonden. Politierapporten. Krantenknipsels. Brieven. Relevante tekstgedeelten uit tientallen boeken. Lange citaten uit andere bronnen. Een overzicht van 'de ziekten van Rees'. Dodenlijsten. Rapporten over de opvang van doodzieke dwangarbeiders in de Achterhoek. Begraafplaatsen. Herinneringen aan verschillende herdenkingsreizen die betrokkenen vanuit Apeldoorn naar Rees hebben gemaakt. Foto's. En: meer dan honderd interviews die Disberg afnam bij lotgenoten van zijn vader, nabestaanden van slachtoffers, ooggetuigen en anderen die relevante informatie wisten toe te voegen. Het was informatie dat tot dan toe eigenlijk volstrekt onbekend was gebleven en die door Arend Jan Disberg aan de vergetelheid werd onttrokken.

Verschillende verhalen

In maart 2005 verscheen de eerste druk. Opvallend was, zo vertelde Arend Disberg in het voorwoord in het boek, dat in hetzelfde kamp zo veel verschillende verhalen mogelijk waren. Een enkele keer werd melding gemaakt van een kerstviering, terwijl het overgrote deel van de dwangarbeiders daar niets van heeft gemerkt. Sommige Apeldoorners kregen brieven en/of pakjes, anderen niets en de niet-Apeldoorners al helemaal niet.

Tussen de 105 meestal gruwelijke verhalen bevond zich er één dat extra de aandacht trok. Omdat het niet, na zestig jaar, uit het geheugen was geput, maar als het ware 'live' verslag deed van de gebeurtenissen. Het was Daan Jansen, 17 jaar, van de MULO aan de Kerklaan, die in vijftien brieven en notities aan zijn ouders uitvoerig vertelde over wat hij net nog had meegemaakt, en waarin hij bovendien blijk gaf van een onwankelbaar Godsvertrouwen. Zijn verslag, veel uitvoeriger dan ik hier weer kan geven, is in het boek te vinden als persoonlijk verhaal 47.

Al meteen op 3 december gooide hij een briefje uit de trein met: "We zijn de hele nacht onderweg geweest en zitten nog in de trein. Eten hebben we nog niet gehad, maar ik heb nog brood. Wat ons te wachten staat weten we nog niet. Wees maar moedig, met Gods hulp komen we er wel."

Daan was, samen met zijn buurjongen Rieks Doppenberg, die hier aanwezig is, thuis opgehaald en naar het Marktplein afgevoerd. Hij moest later in de bioscoop Tivoli wachten tot de hele groep in een bewaakte colonne naar het station werd gebracht om daar in een trein gepropt te worden. Het was niet de trein die later werd beschoten, maar uit het verslag van Doppenberg blijkt dat ook daar de angst voor een beschieting levensgroot is geweest.

“De trein stopte. Af en toe dook een Engelse jager naar beneden. De Duitse bewaking dook dan af of op de trein, verschanste zich op de perrons en richtte hun schiettuig op ons. De vliegtuigen hebben ons niet beschoten.”

Het Onbekende Land

Dak De dwangarbeiders werden ondergebracht in een droogloods van een dakpannenfabriek, onder een vrijwel open dak, waardoor de sneeuw vrij spel had (Foto uit 1945, via Stichting Dwangarbeiders Apeldoorn) >

Op 4 december schreef Daan Jansen dat de trein in Coesfeld van 9 tot 16 uur stil had gestaan vanwege luchtalarm en dat hij intussen in de Turmac-fabriek in Zevenaar zat. "Het is geheel niet zeker of we hier blijven zullen. We zijn vol goede moed. Ik heb al veel voor jullie gebeden en heb daarin Gods kracht ondervonden want (citeert hij het gezang) 'wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand, moedig sla ik dus de ogen, naar het Onbekende land'."

Dat onbekende land werd Duitsland; om precies te zijn Rees, waar Daan Jansen en Rieks Doppenberg elkaars dekens deelden, in de vrieskou onder het open dak. “We liggen er ’s nachts diep onder”, schreef Daan later. “Ik slaap met Driekus en (we) liggen zo lekker warm”. Tien dagen later, brief 5, vertelt Daan Jansen: "We moeten zwaar werk doen, en 't is een modderboel. We lijden veel ontberingen, doch ik ben God nog nooit zo dankbaar geweest."

Brief 7, 25 december, is een uitvoerig verslag over de voettocht van Zevenaar naar Rees en de omstandigheden in het kamp: "We moeten een tankwal graven. Vreselijk zwaar en ongewoon werk, en dat in een erg natte periode, waarin het water niet in de leembodem dringt. We moeten 's morgens om half acht aantreden en marcheren dan ploegsgewijs af naar het werk. Een groep staat onder leiding van een Hollandse en een Duitse Gruppenführer, die weer staan onder een Arbeitsführer; een vreselijke man die al heel wat klappen met z'n stok heeft uitgedeeld. Ik wil niet verhelen dat ik ook al eens een tik heb gehad. Om 12 uur is het een kwartiertje pauze en om half vier is het Feierabend, een begrip dat we in Holland niet kennen. Weer in het Lager teruggekomen is het zaak je eten binnen te krijgen, soep en brood en worst (er zijn trouwens verslagen dat het vaak nog minder was). Hebben we dat (eten) binnen, dan zoeken we onze slaapplaats op en kruipen eronder."

Kerstviering

En hij vertelt over de Kerstviering, die zich daar kennelijk in beperkte kring heeft afgespeeld, want veel andere dwangarbeiders wisten zich er niets van te herinneren. Een Hollandse predikant hield, wat hij noemt, een openlucht-godsdienstoefening. "Het was erg mooi en we hadden allemaal tranen in de ogen". En, onder de dekens: "Wat voel ik nu een gelijkenis tussen dat Heilige Kind en wij". En er waren pakjes, met voedingsmiddelen en snoep. "Het is nu oppassen voor duistere elementen, vooral de Hagenaars, die afgunstig zijn op de Apeldoorners" (want voor hen kwam niemand). En nieuws, zoals over een V-1 die in Beekbergen neer was gekomen. "Ik begrijp heel goed dat u mij mist", schrijft hij aan zijn ouders. "Laat de moed niet zinken. Ik kom terug; alleen God weet wanneer."

Dysenterie

Die kerstviering heeft Rieks Doppenberg ook meegemaakt. De predikant was volgens hem de groentenboer, die hij op zaterdag vergezelde op zijn klantenronde met paard en wagen. Tot dan toe had hij niet ontdekt dat ook de groenteboer was opgepakt; het zegt iets over de omvang van het kamp.

Daan en Rieks hebben in Rees de vernederingen, het loodzware werk, de ongezonde omstandigheden, kortom lief en leed, met elkaar gedeeld tot Doppenberg werd geveld door dysenterie; zo plotseling, dat ze niet eens afscheid van elkaar hebben kunnen nemen. Op 21 januari 1945 maakte Daan er melding van: “Driekus, die al steeds kwakkelde, is nu in een ziekenzaaltje bij Empel wegens bloeddiarree”. Later werd Doppenberg met een ziekentransport naar het noodhospitaal van Harreveld gebracht, waar hij, volgens zijn eigen verhaal, van de hel in de hemel terechtkwam.

Volgende brieven maken duidelijk dat de kampbewoners leefden tussen hoop en vrees. Moeizaam werken, omdat de schop door de vorst onmogelijk in de grond kon komen. Geruchten dat ze tussen 8 en 15 januari naar huis zouden gaan. Kon zijn moeder Norit sturen voor de diarree? De handschoenen zijn weer versleten. "Ik heb twee keer het risico genomen om bij een boer te gaan eten. Daar knap je van op. Maar 't risico is erg groot". Dat blijkt ook wel uit andere verslagen, want je kon er voor doodgeknuppeld worden. En: "Stelen is hier vreselijk. Ik moet alles meesjouwen. Ook verlies je veel in het stro." En: "Onze toestand, die slecht is, is door de bittere kou en sneeuw verergerd. Dagelijks, weer of geen weer, ijs of geen ijs, sneeuw of geen sneeuw, moesten we naar de Baustelle en we hebben daar ontegenzeggelijk kou geleden. Dagelijkse kwellingen werden gewoon; en ik dank God dat Hij mij al deze ontberingen heeft doen doorstaan."

Empel

Op 3 februari blijkt de situatie voor Daan Jansen enigszins te zijn verbeterd, want dan is hij overgeplaatst naar Empel. De huisvesting is daar iets beter; er is zelfs een kachel, en het is dichter bij het werk. "De afstand Lager-werk is nu wel belangrijk bekort, doch de werktijd verlengd, maar dat bezwaar wordt opgeheven door het feit dat we alleen maar werken als de Gruppenführer kijkt."

De laatste brief is van 20 februari. Het Lager in Empel bleek niet zo veilig, want toen ze op een onleesbare datum terugkeerden van het werk lag de school er tegenover in puin door bommen; “resultaat twee doden en vernieling van onze pakjes vuil goed, die daar voorlopig opgeslagen waren”. En 's avonds werd ook het Lager zelf getroffen, maar, schrijft Daan Jansen, "Gods Vaderarm omarmde mij. Ik kan wel jubelen van dankbaarheid. Gepakt en gezakt trokken we toen langs de met puinhopen bezaaide weg terug naar ons oude Lager, waar we nog enige uren nachtrust genoten”. Daar bleek de ‘oude ploeg’ intussen van 51 personen tot 13 man geslonken te zijn. “De rest is ziek en drossen. Ik schrijf deze brief in het ziekenzaaltje, waar ik me bij de kachel mag wassen in verband met de poeperij. Overigens ben ik nog goed gezond."

En hij spreekt zijn ouders (en ongetwijfeld ook zichzelf) moed in met het lied:
"Als g' in nood gezeten, geen uitkomst ziet. Wil dan nooit vergeten, God verlaat u niet", en hij gaat verder: Wees dapper met hetzelfde Godsvertrouwen waarmee ik de toekomst tegemoet ga en bidt veel. Ik doe het ook, op de weg, in de loopgraaf en onder de dekens."

Brand

Rees < De dakpannenfabriek in Rees, waar 1944-'45 het dwangarbeiderskamp was gevestigd, op een foto uit 1945. (Foto T. Peters, via Stichting Dwanarbeiders Apeldoorn).

Het waren de laatste woorden die van Daan Jansen bewaard zijn gebleven. Op 2 maart was dwangarbeider Johan van Essen getuige van het drama dat toen volgde. "Er stond een kaars op manshoogte in het stro van de buitenwand. Men had hier ruimte gemaakt met een schapje van een steen en daar zette men dan de kaars op. Als de Duitsers dan het licht uitdeden omdat ze Tommy's hoorden, de Britse jachtvliegtuigen, hadden we toch iets licht. Het mocht niet van de Duitsers en je kreeg met de knuppel als ze het zagen. We deden het toch, want we wisten dat de Moffen dan naar het stenen huisje gingen; daar waren ze iets meer beschermd. Toen gebeurde waar velen bang voor waren. De kaars viel om. Eerst probeerde men het met de hand uit te slaan. Dit lukte niet. En toen deden ze iets stoms: ze sloegen met jassen en dekens om de vlammen te doven. Maar daardoor vlogen de vonken alle kanten uit. Aan de andere kant vloog zo het stro ook in brand. Bij mij brandde het ook al; nog eventjes of alles stond in lichterlaaie. Gelukkig waren wij dicht bij de uitgang."

Uit de rest van zijn verhaal blijkt dat de nooduitgang in opdracht van de Duitsers geblokkeerd was. "Er zijn toen 36 mannen levend verbrand; Russen, Polen, Italianen en acht Nederlanders.”

Eén van hen was Daan Jansen. Hij ligt eenzaam begraven op het katholieke kerkhof in het dorp Haldern bij Rees; een lange lijst van begraafplaatsen is te vinden op de website van de Stichting Dwangarbeiders Apeldoorn. Zijn brieven zijn, bij het overlijden van zijn moeder, in haar graf meegegeven, maar ze waren eerder zorgvuldig overgetypt, waardoor een levensecht ooggetuigenverslag voor de geschiedenis bewaard is gebleven. We gaan hem straks gedenken, samen met al die anderen die Rees ook niet overleefden of die later overleden met een herinnering die meestal werd verzwegen.


Verjaardag met rouwrandje

Toespraak van Annie Jansen, de zus van Daan Jansen

Geachte aanwezigen,

In aansluiting op het verhaal van de heer Horlings wil ik graag mijn ervaringen en belevenissen van de laatste oorlogswinter aan u vertellen.

In 1940 kwamen wij in Apeldoorn wonen, mijn ouders, mijn broer Daan en ik. Daan was acht jaar ouder, maar we waren op dezelfde datum jarig!

Na de Slag om Arnhem boden mijn ouders onderdak aan een oom en tante met nicht en neef, die in Oosterbeek woonden en moesten evacueren. We waren dus met acht personen in een klein huis, bestaande uit een kamer en voorkamer, gescheiden door een glazen schuifdeur en drie slaapkamers. De voorkamer werd de slaapkamer van mijn oom en tante.

Zelf sliep ik aan het voeteneind van het bed van mijn ouders...! Veel heb ik toen gehoord dat niet bedoeld was voor een meisje van negen jaar, en wat mij erg verdrietig maakte...!

Op 3 maart 1945, dus de dag na de brand, kregen mijn ouders de laatste brief van Daan... blij met het levensteken maar... Moeder zei: "Toch is het niet goed!" Moederinstinct?!...

Half maart kwam een brief aan Daan ongeopend terug met de aantekening: "Dood, bij brand om het leven gekomen". Eind maart werd Rees bevrijd en op 17 april Apeldoorn.

Onbekende Hollander

Ongeveer een jaar na de bevrijding ging een groep overlevenden van het kamp per bus terug naar Rees om aanwezig te zijn bij de opening van een gedenkplaats, en om inwoners van Rees, die de dwangarbeiders vaak van eten enz. hadden voorzien, te bedanken. Mijn ouders gingen mee, in de hoop meer te weten te komen over de brand en de verblijfplaats van Daan.

In Rees bleek dat de slachtoffers van de brand niet in Rees, maar in Haldern waren begraven. Per auto zijn wij daar toen heen gebracht. Op het tijdelijk grafmonument in Haldern stonden de namen van personen uit Delft, Den Haag, Haarlem en één onbekende Hollander, plus 28 personen van verschillende nationaliteiten. "Die onbekende Hollander is Daan!", zei mijn Moeder. Moederinstinct?!...

Met het Rode Kruis is toen contact opgenomen en uiteindelijk bleek dat Moeder gelijk had. Op de definitieve steen is dan ook de naam van Daan vermeld. Herbegraven was niet mogelijk.

Wel staat zijn naam op vermeld op de gedenkmuur op het Ereveld te Düsseldorf. De opening van dat Ereveld heb ik samen met mijn Moeder bijgewoond. Vele jaren is mijn Moeder (inmiddels weduwe) samen met familieleden naar Haldern gereisd en, mocht ze de beheerder/tuinman van de begraafplaats ontmoeten, dan was er altijd een doos sigaren voor hem!

Zelf ben ik in 2005 nog bij het graf geweest, samen met een schoolvriendin, die toendertijd op de Noord-Apeldoornseweg woonde, naast de familie Grefhorst, ook vermeld in het boek. Het is goed te zien dat het grafmonument er zo verzorgd uitziet; met respect onderhouden!

Verjaardag met rouwrand

Al met al heeft het mijn ouders toch wat rust gegeven, te weten waar Daan begraven ligt. Mijn verjaardag had jaren lang een rouwrandje.....

Enige tijd na de oorlog kregen mijn ouders bezoek van een hen onbekend persoon, die het bijbeltje van Daan terugbracht; gevonden tijdens de ruiming van het kamp Rees.


Zie ook:
- Stichting Dwangarbeiders Apeldoorn 1940-1945
- Stichting Dwangarbeiders Apeldoorn: Begraafplaatsen. Daniël Jansen, 10 juni 1927 - 2 maart 1945, is te vinden onder '8.5.6 Begraafplaats elders'.
- Arend Jan Disberg: De verzwegen deportatie (2e druk, 2005).



DUTCH COURAGE'S PRODUCTIONS
Documentaires: Arnhem Spookstad | Rees: De verzwegen deportatie | Kriegsgefangenenpost | Drama SS Pavon
Publicaties: Artikelen en features | Krapulistische oprispingen | 100 jaar Apeldoornse Courant
Webcams: World Webcam Monitor > Unprotected webcams > Cruiseship cams > List of webcams and more
Media: Press > TV > Radio & video > Twitter and more
World: Atlas | Natural events | Weather > Climate change | Disasters > Earth's End
Various: Dutch Courage's Boeken | Guitar at Charles Bridge | Contact

Aangepast zoeken
© André Horlings
Make a Free Website with Yola.