'Ijselijk jammer voor Ijsbrand, maar och, alles went'


IJ Gezicht op het IJ in 'Het Koningrijk der Nederlanden voorgesteld in eene Reeks van 136 naar de Natuur geteekende schilderachtige Gezigten' van J.L. Terwen (1858).

 De hartekreet van de 17e-eeuwse taalkundige Wigardus à Winschooten was op z'n minst voorbarig. In 1683 bepleitte hij dat de Ypsilon ,,uit de Neederlandse Letteren uitgeschoffeld'' zou moeten worden. Dat is echter niet gelukt. Ruim driehonderd jaar later is de Y officieel de 25e letter van het alfabet, al wordt hij alleen gebruikt voor uitheemse woorden. In het postcodeboek heeft hij zelfs consequent de 'lange ij' vervangen; zie Delfzyl, Ymuiden en Ryswykseweg. In het telefoonboek nog niet, maar IJmuiden is daar wel achterin te vinden, tussen IJhorst en Ypecolsga. Uitgever Van Dale bestudeert de mogelijkheid om de 13e druk van zijn 'Groot Woordenboek der Nederlandse taal' te verrijken met de IJ als 27e letter. Maar in de Grote Winkler Prins wordt allang onderscheid gemaakt tussen woorden die met IJ of Y beginnen.

'Ijselijk jammer voor Ijsbrand, maar och, alles went'

De lange IJ bestaat niet

Door ANDRÉ HORLINGS

(22 mei 1995)_ Er is niets nieuws onder de zon. Het einde van het alfabet is al eeuwen in discussie. Het probleem is dat ei, ij en y van een totaal verschillende oorsprong zijn en uiteindelijk klankverwantschap hebben gekregen. Eigenlijk bestaat de ij niet eens. Het is een samengesteld letterteken, dat oorspronkelijk bestond uit twee naast elkaar geschreven i's. De verwarring is vergroot doordat beide letters bij het begin van een zin of in een eigennaam als hoofdletters werden geschreven.

,,Dat heeft ertoe geleid dat sommigen de ij als één letter zijn gaan beschouwen'', constateerde neerlandicus Marlies Philippa in mei 1986 in 'Onze Taal', het maandblad van het gelijknamige Genootschap, dat zich ten doel stelt 'het verantwoorde gebruik van de Nederlandse taal te bevorderen en hen die haar gebruiken meer begrip en kennis daarvan bij te brengen'. Volgens haar is het gebruik van twee hoofdletters voor 'de tweeklank ij' inconsequent, ,,omdat we dat zelfs met éénklanken als de ie en de oe niet doen''. Ze pleitte ervoor dit 'merkwaardige gebruik' af te schaffen. ,,Ijselijk jammer voor Ijsbrand, maar och, alles went!''
Sinds 1864 werken taalkundigen aan een 'Woordenboek der Nederlandsche Taal' (WNT), waarin een 'volledige inventarisatie van alle woorden in de Nederlandse taal met al hun betekenissen in de loop der eeuwen' moet worden gegeven. De voltooiing van het werk nadert zijn einde. Nog voor het eind van deze eeuw zal het laatste deel verschijnen tot (vermoedelijk) zzz; volgens Van Dale een 'klanknabootsing van een zoemend geluid (b.v. van bijen)'.
In deel 6, Harst-Izegrim, dat in 1912 verscheen, werd tussen Igut (bastaardvloek) en IJdel (vroeger ook: Iedel) de IJ besproken. 'Over de schrijfwijze als y, die reeds in handschriften van Middelnederlandsche teksten wordt gevonden, zie bij Y', schreven de samenstellers optimistisch. Waarschijnlijk heeft geen van hen die mogelijkheid gekregen, want het deeltje Wroegen-Ytter verscheen pas in 1993.

Bijzonder

Y < Het Franse dorp Y in het departement Somme (Wikipedia)

De ij heeft een lange geschiedenis. Van oorsprong, meldt het WNT van 1912, bestond hij uit twee naast elkaar geschreven i's (ii), waarbij de tweede letter door een 'neerhaal' of 'staart' werd verlengd. Allereerst vormden de twee de scheiding tussen twee lettergrepen: ooi-jevaar, zaai-jen. Maar ook kwam de ij voor in woorden met de uitgang -iek: politijcq, muzijkaal, kronijk, poëzij en bijzonder (in het laatste nog steeds!). Tussen de 16e en 18e eeuw werd de ij in de dialecten van Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Brabant en ook in de algemene spreektaal 'gediftongeerd' (er ontstond een tweeklank) met als uitspraak ei, al is volgens de Winkler Prins in sommige huidige dialecten de uitspraak i (kort of lang) behouden en in andere tussen ij en ei nog enig verschil waar te nemen.
Met de Y gaven de Grieken oorspronkelijk een u-klank weer, maar in het jongere Grieks heeft een klankwijziging naar de i plaatsgevonden; vandaar de aanduiding i-grec. Het letterteken y werd door de Romeinen van de Grieken overgenomen om er de ypsilon mee weer te geven. De letter drong ook door tot het Middelnederlands. Aanvankelijk in woorden van vreemde herkomst als anys, dosyne, ydel, paradys, maar gaandeweg ook in andere constructies: als vervanger voor ie en i in een open lettergreep: copye, elysabeth, geschyede; in plaats van de gedekte i: arghelyst, byscope (bisschop), kynder; als vervanger voor -ghe: ydaan, ycocht en tenslotte als laatste bestanddeel van tweeklanken: cleyn, reyn, waerheyt, zuyt. Na de 13e eeuw nam het gebruik van het teken y gestaag toe en in de 16e en 17e eeuw was de verwarring op een hoogtepunt: y en ij werden zonder enig onderscheid door elkaar heen gebruikt. Zelfs werd soms de ij in alle posities door de y vervangen, en het omgekeerde kwam ook voor.
Opmerkelijk zijn de 'Resolutiën', de taalkundige afspraken die in 1626 golden voor de samenstellers van de Statenbijbel. In open en gesloten lettergreep moest ij worden gebruikt, als eindklank y (hy, sy), als begin- en eindklank ye in plaats van ie (ruyterye; yemant - maar anderzijds ook: niemant) en bovendien de y in tweeklanken met een i-achtige naklank.

Sara Burgerhart

Ii Het Finse dorp Ii in de provincie Oulu (Wikipedia) >

In de 18e eeuw ging de discussie onverminderd voort. Illustratief is de ommezwaai die Betje Wolff en Aagje Deken maakten. In hun boeken tot 1796, bijvoorbeeld in hun 'Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart', gebruikten ze consequent de y; vanaf de toen verschenen 'Historie van mejuffrouw Cornelia Wildschut' gingen ze over op ij.
De taalkundigen Matthias de Vries en Lammert te Winkel maakten in de tweede helft van de vorige eeuw een voorlopig einde aan de verwarring. Zij namen in 1864 het initiatief tot het samenstellen van het Woordenboek der Nederlandsche Taal, dat nu eindelijk zijn afronding nadert, en ontwierpen daar een spelling voor. Die werd in 1864 in België als officiële schrijfwijze ingevoerd en enkele jaren later in Nederland. In inheemse of vernederlandste woorden vervingen ze de y door ij. De y werd definitief een 'vreemde' letter.
Toch bleef de plaats van de IJ in het alfabet een probleem. Toen schrijver-dichter Jacob van Lennep rond 1865 van de drukker de eerste exemplaren van zijn berijmd alfabet ontving, barstte hij in woede uit. ,,De zetter heeft op de X niet de Y laten volgen die ik er gesteld had, maar de IJ, de dubbele I, die, zoo ergens, dan achter de J zou t'huis gehoord hebben'', riep hij uit, verbijsterd over zoveel domheid.
Over de landsgrenzen bleef de typisch Nederlandse IJ problemen geven. In engelstalige publicaties over ons land wordt onze grootste binnenzee vrijwel consequent als Ijsselmeer geschreven; ongetwijfeld uit onwetendheid, maar blijkens het betoog van Marlies Philippa beter dan wij het zelf doen. En toen de voetbalclub Feijenoord eind jaren '60 Europa steeds dieper penetreerde, met als bekroning het winnen van de eerste Nederlandse Europacup op 6 mei 1970 (in Milaan tegen Celtic; 2-1 na verlenging), bleek de naam op problemen te stuiten. ,,De mensen begrepen hem niet en konden 'm ook niet uitspreken'', zegt manager Fred Blankenmeijer ('mijn naam is gewoon nog een ij met puntjes'). ,,Toen kwam onze administrateur Phida Wolff op het lumineuze idee de ij te veranderen in een y. In 1973 werd dat statutair vastgelegd.'' De Rotterdamse club voetbalt trouwens nog steeds in het Stadion Feijenoord. ,,Dat is een aparte BV, waar Feyenoord niets mee te maken heeft.''
Battus (Hugo Brandt Cortius) beschreef het probleem in de jaren '70, toen hij in het weekblad Vrij Nederland zijn 'Opperlandse taal- en letterkunde' ontwikkelde; een bizarre hoeveelheid taal-fenomenen. Bij de bespreking van het ij/y-probleem onderscheidde hij vier visies, waarbij het 'tolerante standpunt' al een letter aan het alfabet toevoegde: 'Het alfabet eindigt op x, y, ij, z en heeft dus 27 letters'. Hijzelf toonde zich aanhanger van het 'Hollandse' standpunt van een einde met x, ij en z, waarbij de lange ij één letter is en de y als uitheems wordt beschouwd. Hij verwierp het standpunt van Van Dale, waarin het alfabet eindigt met x, y en z en de woorden met ij te vinden zijn tussen 'I-ijzer' (profielijzer met I-vormige doorsnede) en 'ik'. En hij veroordeelde de visie van de PTT, die in 1978 de postcode invoerde en in het bijbehorende postcodeboek een aanzienlijke wijziging doorvoerde: 'Namen die vroeger ij hadden krygen nu y. Het probleem is opgelost door onze eigen mooie ij te vernietigen'. Het plotselinge gebrek aan onderscheid tussen IJsselstein en Ysselstein werd ondervangen door aan de plaatsnamen 'Ut' en 'Lb' toe te voegen.
Intussen lijkt Van Dale te zijn bekeerd tot het 'tolerante standpunt', dat overigens allang werd aangehangen door bijvoorbeeld de Grote Winkler Prins. Boze tongen beweren dat de uitgever, in de luwte tussen de 12e en 13e druk, naar publiciteit zocht. En gezien de historische achtergrond van de ii zal het laatste woord er nog wel niet over gesproken zijn. Het praktisch nut zal overigens beperkt blijven tot wat minder zoekwerk, want in het tijdperk van de internationale elektronische snelweg zal het buitenland niet te porren zijn voor het toevoegen van een letter die uitsluitend in Nederland gebruikt wordt. En die bovendien is te realiseren door simpelweg na een I een J te typen. In elk geval zal er nog heel veel water door de Ijssel stromen voordat de discussie een definitief einde vindt.


'Vervang ei en ij door y'

In juni 1989 signaleerde Jan Berits, oud-directeur van een pedagogische academie, in het tijdschrift 'Onze Taal' een enorme verwarring over de schrijfwijze voor de klank ei, ,,waarvoor nu eens ei en dan weer de ij wordt gebruikt''. Hij pleitte ervoor ze beide door de y te vervangen. Hei zette de argumenten voor elk van de schrijfwijzen als volgt op een ry:

Argumenten voor schrijfwijze 'ei':


1. is min of meer fonetische weergave van tweeklank 'ei'.
2. wordt tevens gebruikt in Duits, Engels en Frans: leiden, height, abeille.
3. geen opzoekproblemen in alfabetische lijsten.
Argumenten voor schrijfwijze 'ij':

1. als staartletter opvallender dan 'ei', wat wellicht de leesbaarheid bevordert.
2. goed te onderscheiden van 'ie'; een probleem bij sommige lijders aan woordblindheid.
3. ook wanneer achtervoegsels als '-lijk' buiten beschouwing worden gelaten komt 'ij' aanzienlijk vaker voor dan 'ei'.

Argumenten voor schrijfwijze 'y'

1. zie 1. bij 'ij'.
2. zie 2. bij 'ij'.
3. de 'y' lijkt, vooral in handschrift, veel op de 'ij'.
4. klankverwantschap met het Engels: by, my, dry, cycle.
5. geen opzoekproblemen en het alfabet 'klopt'. 6. de 'ij' zal door technologische ontwikkelingen (o.m. computer) worden verdrongen door de 'y'.
7. 'tijdens mijn veertigjarige leraarsloopbaan ben ik een astronomisch aantal als 'lange ij' bedoelde ypsilons tegengekomen'.



DUTCH COURAGE'S PRODUCTIONS
Documentaires: Arnhem Spookstad | Rees: De verzwegen deportatie | Kriegsgefangenenpost | Drama SS Pavon
Publicaties: Artikelen en features | Krapulistische oprispingen | 100 jaar Apeldoornse Courant
Webcams: World Webcam Monitor > Unprotected webcams > Cruiseship cams > List of webcams and more
Media: Press > TV > Radio & video > Twitter and more
World: Atlas | Natural events | Weather > Climate change | Disasters > Earth's End
Various: Dutch Courage's Boeken | Guitar at Charles Bridge | Contact

Aangepast zoeken
© André Horlings
Make a Free Website with Yola.