Noord-Frankrijk stopt attracties onder de grond


'Men veronderstelde dat het hier niets te bieden had'

Noord-Frankrijk stopt zijn attracties onder de grond

Door ANDRÉ HORLINGS

(september 1996) Op de grens verandert de aanduiding 'Rijsel' plotseling in 'Lille'. Het uitzicht dat volgt kan reden zijn om extra gas te geven. De weg naar Parijs voert langs de puntige sintelbergen van inmiddels gesloten steenkolenmijnen. Aan de kust wachten de troosteloze industriële vlakten rond Duinkerken. En in het voorjaar is er de wielerklassieker Parijs-Roubaix, over de kasseien; wat de toeschouwer betreft ook nog het liefst in de stromende regen. Die anti-reclamespot stemt nog eens extra tot somberheid. Dat is Noord-Frankrijk; onbekend en ook daarom onbemind. Misschien was dat de reden dat de interessantste bezienswaardigheden er onder de grond zijn verstopt.

,,Tien jaar geleden was de toeristische belangstelling voor dit gebied minimaal'', erkent Isabel Leclerq van het bureau voor toerisme voor de Franse departementen Nord en Pas-de-Calais. ,,En eigenlijk was dat wederzijds'', voegt ze er aan toe. ,,Het was een streek met veel milieuproblemen en werkloosheid. Men veronderstelde dat het hier niets te bieden had. Zelfs een VVV-kantoor ontbrak.''
Lille

Lille, de hoofdstad van het departenemt Pas-de-Calais (Hotelpagina.nl) >

Maar daarin is, verzekert ze, in een snel tempo verandering gekomen. ,,Lille is bezig zich tot een belangrijk verkeersknooppunt te ontwikkelen. Het ligt aan de snelweg en de TGV-spoorlijn tussen de Benelux, Keulen, Londen en Parijs. Vervallen historische gebouwen worden in snel tempo gerestaureerd. Een nieuw congrescentrum blijkt een succes; de iets problematischer opbouw van het modernistische zakencentrum EuraLille is in volle gang. Ook zijn we kandidaat voor de Olympische Steden van 2004 (die naar Athene gingen). Wanneer dat lukt zal Lille een definitieve plaats op de wereldkaart hebben veroverd.''
En terecht. Want de hoofdstad van het departement Nord blijkt een gezellige stad met een Vlaams karakter. In de zomer zijn de vele terrassen tot laat in de avond druk bezet; de meeste gasten smullen er van het streekgerecht: mosselen met frites. De enige handicap is dat de bevolking, nauwelijks tien kilometer ten zuiden van de grens, vrijwel uitsluitend Frans spreekt, maar de VVV heeft een walkman-met-stadswandeling in het Nederlands in de aanbieding langs tal van opmerkelijke monumentale panden. Bovendien maakt Lille deel uit van een oude verdedigingslinie van Lodewijk XIV. De resterende fortificaties in dertien steden zijn een bezoek meer dan waard; vooral de indrukwekkende metershoge stadswallen van Montreuil-sur-Mer.
Roubaix beantwoordt, met zijn sombere stadhuis tegenover een zwart-beroete kerk, overigens nog wel aan het deprimerende beeld van de wielerklassieker, maar een opknapbeurt is in uitvoering. Ook biedt de omgeving aantrekkelijke steden als Valenciennes en St. Omer; allemaal met schitterende kerken. De kathedraal van St. Omer, gewijd aan Onze Lieve Vrouw van de Mirakelen, wordt bovendien druk bezocht door gelovigen die Maria om wonderen smeken. De boulevard van Duinkerken oogt minder gezellig dan de binnenstad, waar de plaatselijke kaper Jean-Bart wordt geeerd met een groot standbeeld: in 1694 maakte hij bij Texel 100 Nederlandse graanschepen buit, waardoor Frankrijk ontsnapte aan hongersnood.

Onder de grond

Douai < In het mijnwerkersgehucht Lewarde kan men, onder leiding van ex-mijnwerkers, ondergronds oude mijngangen bezichtigen (Europese themaroutes > mijnen)

) Maar misschien zijn de toeristische mogelijkheden in Noord-Frankrijk ook wel minder bekend omdat de interessantste bezienswaardigheden onder de grond zijn verstopt. De laatste aanwinst is de Kanaaltunnel naar Engeland, die in het gehucht Peuplingues bij Calais begint. De Fransen hebben de toeristische mogelijkheden zelf nog niet ontdekt, maar toeristen rijden af en aan om de treinen in en uit de tunnel te zien verdwijnen. Parkeergelegenheid ontbreekt echter; zelfs heeft nog niemand er een patattent neergezet.
In Douai laten de 62 klokken van het carrillon in het schitterende stadhuis met regelmaat hun welluidende klanken horen. Iets ten oosten ligt het mijnwerkersgehucht Lewarde. Daar kan men, onder leiding van ex-mijnwerkers, ondergronds oude mijngangen bezichtigen; 450 meter lang. Ook zijn daar het waslokaal, de stal voor de paarden die vroeger de wagentjes trokken en zelfs... een kroeg te zien.

Heuvel des Doods

Lorette Voor de basiliek van Notre-Dame-de-Lorette liggen ruim 20.000 Franse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog begraven en in het ossuarium liggen de resten van bijna 23.000 niet geïdentificeerde Franse militairen >

De frontlijn van de Eerste Wereldoorlog, van Nieuwpoort (Belgie) tot de Zwitserland grens, loopt dwars door het gebied. In 1914 liep daar de Duitse opmars vast en in een uitzichtsloze oorlog leefden de soldaten er vier jaren lang in de loopgraven. De vele veldslagen kostten miljoenen het leven, maar leverden nauwelijks terreinwinst op.
In Notre Dame de Lorette herinnert een vuurtoren aan de slag op de 'Heuvel des Doods', die in 1915 door de Fransen werd veroverd in ruil voor 102.500 slachtoffers. Een handvol kilometers verder ligt Vimy, waar in totaal 60.000 Canadezen sneuvelden. Een klein deel van de frontlijn is op indrukwekkende wijze gerestaureerd. De vijandelijke loopgraven lagen er letterlijk op een steenworp afstand; van elkaar gescheiden door een gigantische krater. De Canadezen konden overigens voor de granaatinslagen schuilen in 35 kilometer lange onderaardse gangen, waarvan een deel al in de 17e eeuw door Hugenoten werd gebruikt. Een klein onderdeel, de 800 meter lange Grange-tunnel, is gratis toegankelijk voor het publiek.
Boulogne-sur-Mer, net als Lille en Montreuil een oude vestingstad, leeft van de visvangst; de menukaarten in de vele restaurantjes laten daar geen twijfel over bestaan. De ligging aan zee komt ook tot uiting in een heel bijzondere attractie: Nausicaa; een zoutwater-aquarium van 1400 kubieke meter met maar liefst 4000 vissen 'onder handbereik' achter dikke glasplaten. De bezoeker voelt zich er nu eens mens, dan vis; hij bekijkt en wordt er bekeken.

Onderaardse stad

Naours < Rond het jaar 300 werd bij Naours een onderaardse stad uitgegraven, die vergeten werd en in 1887 herontdekt. In de oorlog wachtte maarschalk Rommel hier de invasie af. (Grottesdenaours.com)

Nog iets verder naar het zuiden, halverwege Doullens en Amiens, ligt een onaanzienlijk dorp: Naours. Op een heuvel staan twee oude molens, in het dal ligt een speeltuin en in een klein museum beelden schitterende poppen oude ambachten uit. Maar van de werkelijke attractie is niets te zien: onder het dorp ligt een onderaardse stad; de grootste van Europa. Ooit bood hij plaats aan 3000 mensen.
De stad werd, vermoedelijk al sinds het jaar 300, uitgegraven door de bewoners van het Picardische gebied, die voortdurend werden overvallen door oorlogen van diverse partijen: Noormannen, Britten, Spanjaarden en plaatselijke heersers. Het gangenstelsel beslaat drie kilometer. Aan weerszijden zijn maar liefst 300 'kamers' uitgegraven. Er zijn pleintjes, kruispunten, drinkputten, zalen en zelfs een kapel met drie beuken.
De ondergrondse wandeling vindt onder begeleiding plaats; verdwalen is al te gemakkelijk. De toelichting volgt via een bandrecorder, door een dame met een merkwaardig Vlaams accent. Ze vertelt over het silex-gesteente, dat de zachte kalklaag stevigheid verschafte, de constante temperatuur van 9 graden en het misleidende systeem van schoorstenen, waardoor de rook die uit de grond kwam, onder meer via de molens, de vijand alleen maar in verwarring bracht. Na de Franse revolutie raakte de stad echter in verval. De ingang stortte in en het zag er naar uit dat het bouwwerk in de vergetelheid zou verdwijnen.
In 1887 werd het tunnelcomplex 'herontdekt' door de plaatselijke pastoor, abbe Danicourt. Op zijn intitiatief begon een reddingsoperatie. Dat leverde bovendien tal van archeologische vondsten op die veel duidelijk maakten over de geschiedenis van het complex. Een gedenksteen in een van de zalen herinnert aan het archeologisch congres dat er in 1893 plaatsvond.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten de Duitsers de stad tot onderdeel van de Atlantik Wall. Maarschalk Rommel wachtte er de invasie af. Zonder gevoel voor het verleden voerden zij aanzienlijke verbouwingen door. De ergste werden na de oorlog weer verwijderd, maar enkele 20e-eeuwse bakstenen creaties voegen weer een nieuw stukje geschiedenis toe.

Meer informatie over Noord-Frankrijk is te verkrijgen bij het Franse Bureau voor Toerisme.



DUTCH COURAGE'S PRODUCTIONS
Documentaires: Arnhem Spookstad | Rees: De verzwegen deportatie | Kriegsgefangenenpost | Drama SS Pavon
Publicaties: Artikelen en features | Krapulistische oprispingen | 100 jaar Apeldoornse Courant
Webcams: World Webcam Monitor > Unprotected webcams > Cruiseship cams > List of webcams and more
Media: Press > TV > Radio & video > Twitter and more
World: Atlas | Natural events | Weather > Climate change | Disasters > Earth's End
Various: Dutch Courage's Boeken | Guitar at Charles Bridge | Contact

Aangepast zoeken
© André Horlings
Make a Free Website with Yola.