Heetste zomer ooit


Na 'Grote Zonnejaar' 1540 heetste zomer ooit

Aan een reeks lange hete zomers kan plotseling een einde komen. Dat blijkt in deel 3 van de weergeschiedenis van Jan Buisman (1450-1575). In het begin heerst nog een 'middeleeuws klimaatoptimum'. Maar op de vermoedelijk warmste zomer ooit, het 'Grote Zonnejaar' 1540, volgde de 'Kleine IJstijd' die tot rond 1820 duurde. Hete zomers waren overigens zelden aangenaam, want omdat het eten flink gezouten was leden de mensen in de hitte onder een 'oceanische dorst'. Milieuproblemen en plotselinge dodelijke ziekten waren aan de orde van de dag. Luther ging het klooster in na een gelofte in een hevig onweer en gaf de stoot tot de Hervorming. De Tachtigjarige Oorlog was een gevolg en de afloop van vele veldslagen en belegeringen van steden werden in hoge mate bepaald door het weer.

Na 'Grote Zonnejaar' 1540 was het voor eeuwen met de warme zomers gedaan

Recordzomer opmaat voor 'Kleine IJstijd'

Door ANDRÉ HORLINGS

Vikingen < De Vikingen konden door het warmere klimaat in de Middeleeuwen verre tochten over zee maken en zich op Groenland vestigen. (NVG Geonieuws, Universiteit van Utrecht)

(4 juli 1998) Wacht ons opnieuw een lange, hete zomer? Eigenlijk rekenen we er op. Het vorig jaar ging de statistieken in als de warmste uit de geschiedenis, althans sinds de weersomstandigheden worden geregistreerd; augustus 1997 was (vermoedelijk) zelfs de allerwarmste ooit. 1995 was ook al zo heet. Afgelopen mei kwam als de warmste bloeimaand van de eeuw in de boeken terecht, al was juni op de 23e al de natste zomermaand in bijna honderd jaar. Afgaande op de eerste zes maanden zou 1998 opnieuw het warmterecord kunnen breken.

Sinds 1986 hebben we over de zomers trouwens nauwelijks te klagen. Voortdurend worden records gebroken. Steeds weer opnieuw wordt de waarschijnlijkheid van een klimaatverandering bevestigd. Als gevolg van het 'versterkte broeikaseffect' lijkt ons een zonnige toekomst te wachten met aangenaam weer in de zomer en 's winters meer Elfstedentochten. Maar ook met een stijging van de zeespiegel en wellicht zelfs een nieuw Deltaplan.
Historisch geograaf drs. Jan Buisman, auteur van 'Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen' is daar echter niet zo zeker van. Net is deel drie van zijn vaderlandse weergeschiedenis verschenen, over de periode 1450 tot 1575. Een tijdvak dat begint in de nadagen van een 'middeleeuws optimum' en eindigt met de 'Kleine IJstijd'.

Het klimaat is niet constant

,,Het klimaat is niet constant. Warmere en koudere perioden wisselen elkaar af; dat is altijd al zo geweest. Het jaar 1540 was wellicht de langste en warmste zomer aller tijden. Dit 'Grote Zonnejaar' had zeven aaneengesloten zonovergoten, hete en droge maanden. Veel mensen besloten wijn aan te planten, zoals dat na een reeks warme zomers wel vaker is gebeurd. Het bleek echter voor eeuwen met de hete zomers gedaan. Twee jaar later, in 1542, was de zomer zo nat en vol rampspoed dat 'nooit iemand zoiets heeft gehoord'. Sinds 1520 waren de winters al vaak bar en boos; nu kwamen ook de zomers aan de beurt. De 'Kleine IJstijd' was begonnen en zou tot circa 1820 duren.''

Allerheiligenvloed De Allerheiligenvloed van 1570 (Wikipedia) >

'Weer, wind en water' bevat allerminst een dorre aaneenschakeling van statistische gegevens over warme, normale, koele, droge en natte zomers en barbaarse of vrijwel vorstvrije winters in de loop der tijden. Zeker tot het begin van de 18e eeuw, toen de officiële waarnemingen begonnen, moet Buisman het doen met de subjectieve verhalen van ooggetuigen. Over bijvoorbeeld de beruchte Allerheiligenvloed van 13 november 1570; al de tweede overstroming van dat jaar, die naar schatting 20.000 doden eiste in Europa: 'Hier in Holland is groot jammer ende schaede geschiet ende is hier mede wel twee voeten hooger gevloeyt geweest dan Pontiany (16 januari). De gansche stadt Dort (Dordrecht) heeft onder water gestaen en int leegste (laagste) tot aen de solderen (zolders) van eenige huyskens'. Een enorm gebied werd getroffen. In Scheveningen spoelden ruim negentig huizen in zee en volgens een marmeren plaat in de kerk van het Friese Metslawier 'sijn fardroncken in dese gritenije 1801 mensken'.

Mensen waren veel kwetsbaarder dan nu

Buisman beschrijft het weer vanuit de ervaringen van 'de gewone mensen'. ,,Zij waren aanzienlijk kwetsbaarder dan op het ogenblik. Ze vertellen over hun ellende door kou en sneeuw, langdurige regenval of abnormale droogte, waardoor de oogst in gevaar komt; over de schade door bliksem en windstoten; de lente-hagel die de hoop op een mooi fruit- en wijnjaar de bodem inslaat; het gebrek aan groenten bij te veel regen of droogte in de winter, aan verse vis bij hitte, aan graan voor brood bij vorst of windstilte, als de molens niet kunnen draaien. Over hun angst voor een verkoudheidsgolf, malaria en niet te vergeten de pest, of de 'Engelse zweetziekte' waaraan patiënten binnen 24 uur bezwijken. Aan het eind van het boek breekt bovendien de Tachtigjarige Oorlog uit, met onder meer de Slag bij Heiligerlee, het beleg van Haarlem, de victorie die in Alkmaar begon en Leidens ontzet. De mislukkingen of het succes worden in hoge mate door het weer bepaald. In de periode 1551-1575 lopen de gebeurtenissen zo enorm door elkaar heen, dat ik pas de twaalfde versie van mijn tekst acceptabel vond.''

Grillen van de natuur waren angstaanjagend

De grillen van de natuur waren in alle opzichten angstaanjagend. ,,Hete zomers werden zelden aangenaam gevonden, en niet alleen omdat de oogst verdorde op de velden. Neem maar het probleem hoe men aan drinkwater moest komen. Al het voedsel werd gezouten om bederf tegen te gaan. De mensen hadden een 'oceanische dorst'. Maar het water was vaak onbetrouwbaar en veroorzaakte ziekten. Bier en wijn vormden noodzakelijke alternatieven, maar waren duur. Er was ook een enorm gevaar van brand. In 1452 werd Amsterdam verwoest tussen de Oude en de Nieuwe Kerk, in 1536 een belangrijk deel van Delft en in 1550 Elburg. De ergste brand trof Harderwijk, in 1503. Toen ontstond een 'vuurstorm', zoals bij het bombardement van Dresden in de Tweede Wereldoorlog. De nauwe poorten van de stadsmuur maakten vluchten vrijwel onmogelijk. Er stierven tussen de 500 en 1000 mensen; een derde deel van de bevolking.''
Het boek bevat ook diverse verslagen over curieuze verschijnselen. Verschillende malen komt voor de kust bij Katwijk bij eb de ruïne tevoorschijn van het Romeinse slot Britannica uit het begin van de jaartelling, dat door duinafslag in de zee terecht was gekomen. In 1555 wordt Doesburg getroffen door 'zo'n grote hoeveelheid sprinkhanen in de bomen als in geen honderd jaar was gezien. Ze knaagden al het groen stuk en aten het op. Alle bomen zagen er tot medio juni uit als midden in de winter. Tijdens een 'groot ongheweerte van reghen, hagel, donder ende blixeme' veroorzaakt een zandstorm in 1567 in een uitgestrekt gebied tussen Noord-Frankrijk en Nijmegen een 'Egyptische duisternis': 'Twas ooc doncker, als oft nacht zou gheworden hebben'.
Eén van de opmerkelijkste verhalen is dat van een onmiddellijke gebedsverhoring met catastrofale gevolgen. Tijdens de winter van 1511, de strengste in dertig jaar, smeken duizenden gelovigen in Rotterdam een weersverbetering af op het ijs van de Maas. 'Nog tijdens de tocht scheurt het ijs, waarbij de meeste pelgrims in het water terecht komen. Wel 5000 à 8000 zouden zijn verdronken'.

Milieuverontreiniging is van alle tijden

Lucht- en watervervuiling zijn van alle tijden, zo blijkt in het boek. ,,Al in de 13e eeuw is er sprake van een ernstige aantasting van het landschap. Ontbossing, overbeweiding, bodemerosie veroorzaken dan enorme problemen.'' Opmerkelijk is volgens Buisman een krachtig natuurherstel tijdens de 'Waanzinnige 14e eeuw', die gekenmerkt wordt door oorlogen, pest en hongersnood. Maar vanaf het einde van de 15e eeuw tobben miljoenen Europeanen in toenemende mate met een beklemde borst en lijden ze wekenlang aan zere ogen en hoofdpijn, vooral bij droogte en bij oostelijke winden. Belangrijkste oorzaak zijn enorme veenbranden in Duitsland en Polen, waardoor onze voorouders net zulke benauwende dagen en weken beleven als de Indonesiërs sinds vorig jaar door hardnekkige bosbranden.
In een beschouwing in het boek, 'Tweeduizend jaar veranderend landschap', wijst Buisman er op dat Julius Caesar in 50 voor Christus melding maakt van het enorme Hercynische woud, waar 'iemand wel zestig dagen doorheen kon trekken zonder ook maar te vermoeden waar de grenzen liggen'. De Romeinse geschiedschrijver Plinius vertelt in de eerste eeuw over de heilige wouden van de Germanen, met eiken, zo imposant, dat ze hem welhaast als onsterfelijk voorkomen. Maar uit archeologische vondsten blijkt dat al toen slechts twintig procent van het landschap onberoerd was gebleven. Dat ging daarna alleen maar door. Het laatste stukje oerbos in ons land, bij Beekbergen, werd in 1871 gekapt.
Maatregelen tegen milieuoverlast hebben meestal maar weinig effect, zo blijkt uit het feit dat ze in sommige steden voortdurend opnieuw worden afgekondigd. Zo verbiedt Haarlem tussen 1490 en 1715 herhaaldelijk het beschadigen van bomen en het afslaan van onrijpe eikels in de Haarlemmerhout. Den Haag stelt in 1515, 1534 en 1538 het dumpen van vuilnis en as strafbaar in de beek die van de duinen naar de Hofvijver loopt. Bovendien moeten vleeshouwers en visverkopers 'hoer pensen ende darmen, bloet ende grom van de visch' op aangewezen plaatsen begraven.

Het droevig lot van een olifant

In 1446 wordt de waarschijnlijk laatste West-Europese bruine beer gedood bij de Duitse stad Münster. Elders zit men daar niet zo mee, blijkt uit een verordening uit Pommeren in 1492, waar behalve op edelhert, hazen en konijnen het jagen aanbevolen wordt op wolf, beer, vos, lynx en wilde kat, terwijl volgens andere bronnen ook otter, bunzing, marter, das en vogels als kraai, raaf, ekster, oehoe en andere soorten uilen een gretig doelwit vormen.
De bruine beer komt sindsdien vanuit zuidelijke gebieden nog weleens deze kant op: als kermisattractie. Hij is niet de enige. Door Keulen wandelt in 1482 'ein grois dier, desgleichen in diesen Landen nie gesehen was': een olifant. De dikhuid blijkt op tournee en vindt twee jaar later op de Zuiderzee een droevig einde: 'Hij verdranck onderwech mits eenen storm die rokeloes (plotseling) quam ende hij was tot Enchusen (in Enkhuizen) doot angebracht'. Een soortgenoot sjouwt zeventig jaar later vanuit Lissabon via Brennerpas en Wenen naar Italië. In Trente, waar net het geruchtmakende concilie wordt gehouden, lopen de kardinalen er voor uit.
Wolven blijven tot in de 19e eeuw in Europa aanwezig. Hun aantal blijkt volgens Buisman omgekeerd evenredig aan de mensendichtheid: tijdens economische crises en de 100-, 80- en 30-jarige oorlog komen er steeds meer. Tot verdriet van een lakei van de Heer van Meroy bij Brussel. Die werd in 1543 'van dy wolven geten, ende noch twee ander luyden syn oeck geten van dy wolven'. In 1477, bijna een eeuw eerder, sneuvelde Karel de Stoute in de sneeuw. Zijn aan de grond vastgevroren lijk blijkt door wolven te zijn aangevreten.

1473 en 1540 de warmste zomers ooit

zomer1540 Weerkaart van augustus 1540 (KNMI) >

De zomers van 1473 en 1540 behoren tot de allerwarmste ooit. Maar in het eerste jaar is de lucht voortdurend 'dik' en komt de zon er niet echt doorheen. In augustus loopt het afbranden van woeste gronden in Zeeuws-Vlaanderen uit de hand. Drie weken lang wordt zoveel as, stof en rook de lucht in geblazen, dat men geen hand voor ogen meer kan zien. Na afloop kunnen zelfs de insecten op de velden niets voedzaams meer vinden 'en daarom belagen ze de mensen'. Velen kunnen 'zulke overmatige hitte' niet aan en sterven aan dysenterie, een hartaanval of een zonnesteek. In Frankfurt wordt een processie gehouden waarin God gevraagd wordt om regen, of anders 'een snelle dood'.
De zomer van 1540 begint feitelijk al in februari. Het zonnige, meestal warme weer, houdt negen maanden aan. De rivieren vallen nagenoeg droog. Daardoor werken de watermolens niet meer, zodat graan niet gemalen en brood niet gebakken kan worden. Af en toe brengt 'quaat weder' enige verfrissing, maar ook fatale branden. Op vele plaatsen beginnen mensen wijn aan te planten. Maar dat wordt geen succes, want na deze superzomer volgen er drie slechte achter elkaar.
De 'Kleine IJstijd' is begonnen. Een 'Siberische koudegolf' overvalt Europa in 1564/'65. Alle rivieren vriezen dicht. Twee maanden lang trekt men met paard en geladen wagens over het ijs. In Tiel stijgt de nood echter zo hoog dat mensen bij gebrek aan brandstof hun meubels opstoken. Na afloop volgen enorme overstromingen. In Deventer vernielt vanuit de grond opborrelend water de vloer van een kerk. Langs Rijn en Linge staan plaatsen onder water waar dat 'nooit is gebeurd'. De Maas zwelt in één nacht tot tweemaal manshoogte aan. In een klooster in Den Bosch worden behale de zusters 'ons koeyen oock op die solder' in veiligheid gebracht.

Winst en verlies in 80-jarige oorlog bepaald door weer

Dan breekt de Tachtigjarige Oorlog uit; volgens Buisman een volstrekt verkeerde 'schoolmeestersterm': ,,Verzonnen voor de kindertjes. Maar het was geen oorlog en hij duurde ook geen tachtig jaar. Eigenlijk was het een godsdiensttwist, tussen de opstandige gereformeerden en het rooms-katholieke Spaanse gezag. Daarom is het beter om te spreken over de 'Nederlandse Opstand'.''
Mogelijke aanleiding: in 1505 komt Maarten Lüther bij Thüringen in een vreselijk onweer terecht. Hij belooft monnik te worden wanneer hij donder en bliksem overleeft. In 1517 slaat hij zijn 95 stellingen tegen wantoestanden in de rooms-katholieke kerk aan de deur van de Slotkapel van Wittenberg; het begin van de 'hervorming'.
Het weer speelt volgens hem in diverse veldslagen een bepalende rol. ,,Tijdens de Slag bij Heiligerlee in 1568 (monument) vallen de Spanjaarden in een hinderlaag, doordat de troepen van Oranje zich in droge sloten verschuilen, wat wijst op gebrek aan regen. Bijna twee maanden later gaat Alva bij Jengum gedwongen tot een verrassingsaanval over. Een regenbui dreigt en regen zal het aansteken van lonten onmogelijk maken. De troepen van Lodewijk slaan op de vlucht, proberen hun schepen te bereiken en vele huurlingen verdrinken in de Eems. Op de eerste april van 1572 verliest Alva 'zijn bril' (Den Briel) doordat de wind verkeerd staat voor de stadhouder van Holland. Diens schepen kunnen er niet heen varen, anders waren de Geuzen waarschijnlijk verslagen. Het Beleg van Haarlem speelt zich af in apocalyptisch winterweer. Duizenden Haarlemmers sterven van kou, ontberingen, ziekte en honger. Ze eten katten, honden en gras, kunnen 'nau langer op haer benen staan' en geven zich na een half jaar over. De Slag bij Nieuwpoort in 1600 wordt bepaald doordat de vloed op komt en de gevechten in de duinen verder gaan. De Spanjaarden hebben de wind tegen en worden gehinderd door rook en duinzand. Bovendien staan de kanonnen van Maurits op matjes; die van Alva zakken na ieder schot schots en scheef in het duinzand weg. En tijdens de latere zeeslagen is het de kunst om de vijand 'dwars op de wind' te krijgen. Door de deining vliegen de kogels dan over de schepen heen of meteen het water in.''
Inmiddels werkt Buisman hard aan deel vier van 'Weer, wind en water'; waarschijnlijk van 1576 tot 1706, wanneer de officiële temperatuurwaarnemingen beginnen, of 1735, als in Zwanenberg de weersomstandigheden instrumenteel worden bijgehouden. ,,In het laatste kwart van de zestiende eeuw gebeurt er nog van alles, zowel politiek als in de natuur. Maar de periode tussen 1625 en 1650 is niet zo ingewikkeld. Er is in 1643 nog een grote rivierramp, met honderden doden langs de Maas. En in 1648 wordt de Vrede van Münster getekend. Maar het ontbreekt aan extreme zomers en winters.''

Drs. J. Buisman: 'Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen', deel 3. Uitgeverij Van Wijnen, i.s.m. het KNMI. 808 pagina's, prijs f. 69,50.

ANDRÉ HORLINGS OP INTERNET:
Arnhem Spookstad | Rees: De verzwegen deportatie | Kriegsgefangenenpost | Het drama van de SS Pavon
Artikelen en features | Krapulistische oprispingen | 100 jaar Apeldoornse Courant
Webcams: World Webcam Monitor > Unprotected webcams > Cruiseship cams > List of webcams and more
Media: Press > TV > Radio & video > Twitter and more
World: Atlas | Natural events | Weather > Climate change | Disasters > Earth's End
Various: Dutch Courage's Boeken | Guitar at Charles Bridge | Contact

Aangepast zoeken
© André Horlings
Make a Free Website with Yola.