Canadese 'bevrijers'


Bevrijdingskinderen op zoek naar hun vadersAl vijftien jaar zoeken de leden van de Vereniging Bevrijdingskinderen naar hun verwekkers: geallieerde soldaten die bijdroegen aan de bevrijding en het begin van de wederopbouw van Nederland tussen 1944 en 1946. Een artikel in een Canadees blad veroorzaakte recent speurtochten in omgekeerde richting: van veteranen die in de herfst van hun leven met hun geweten in het reine willen komen; of van hun 'echte' kinderen die zeggen: 'Dad, jij hebt Holland toch bevrijd? Heb ik daar misschien een broertje of zusje?'. Dat gegeven veroorzaakte in deze herdenkingsweek een golf van publiciteit.

Geweten knaagt aan zorgeloze 'bevrijers'

'Dad, heb ik misschien een zusje in Holland?'

Door ANDRÉ HORLINGS

(8 mei 1999) Pas acht jaar geleden, nadat ze 45 was geworden, ontdekte Marjo van Tienhoven uit Ellecom het geheim dat haar moeder in het graf mee had willen nemen: haar biologische vader was een Canadees. ,,Ik had me altijd afgevraagd waarom ik zo anders was dan mijn broers en zussen. Steeds waren er ontwijkende antwoorden gekomen. Achteraf blijkt dat de hele familie het wist; althans de klok had horen luiden. Maar niemand had de conclusie getrokken dat ik gewoon rècht had op die wetenschap. Uiteindelijk hoorde ik het van een nicht. Veel legpuzzelstukjes, die ik m'n leven lang niet thuis had kunnen brengen, vielen opeens op hun plaats. Dààrom zong m'n vader, die me overigens zeer liefhebbend heeft opgevoed, weleens over 'Trees en haar Canadees'; dààrom merkte hij wel eens diepzinnig op dat 'één minuut van onbedachtzaamheid van een meisje met toekomst een vrouw met een verleden' kon maken. Daarom wist moeder dan niet waar ze kijken moest.''

Marjo van Tienhoven is voorzitter van de 'Vereniging Bevrijdingskinderen', waarvan de ruim 260 leden drie overeenkomsten hebben: hun vader was één van de geallieerde soldaten die in de periode 1944/'45 soms wel spottend 'onze bevrijers' werden genoemd, ze zijn allemaal rond de 53 jaar - de oudsten komen uit het zuiden, en: de meesten zijn of waren gedreven op zoek naar hun 'roots'.
,,Het onderwerp leent zich rond de herdenkingsdagen van de Tweede Wereldoorlog bijna altijd wel voor enige publiciteit: een dagbladartikel; een documentaire op de tv; een zoekactie bij 'Spoorloos”', zegt secretaris Wolfgang Oude Aost uit Apeldoorn. ,,Maar dit jaar staat de telefoon roodgloeiend. Opeens blijken vooral Canadese veteranen, in de herfst van hun leven, met hun geweten in het reine te willen komen: hoe is het met het kind dat onderweg was toen ik terug ging? Of het zijn hun 'echte' kinderen die zeggen: 'Dad, jij hebt Holland toch bevrijd? Heb ik daar misschien een broertje of zusje?'.'' Het gegeven werd vermeld in een persbericht, dat werd verspreid door het ANP. ,,En daarop reageerden tal van kranten, commerciële, publieke en regionale radio- en tv-stations.''

’Looking for fathers’

Aanleiding voor de golf van belangstelling is een spraakmakend artikel dat op 19 april verscheen in het Canadese weekblad Maclean's: 'Looking for fathers'. De journalist Robin Collins, zelf een veteraan, maakte daarin veel landgenoten bewust van hun morele verantwoordelijkheid. ,,De bevrijders brachten vrijheid, chocolade, sigaretten, zeep en romantiek. De meesten waren jong, gezond en zagen er goed uit - het uniform staat de gewoonste mannen goed. Overal vlamde de liefde op, onder het sombere vooruitzicht dat de volgende dag voor sommige mannen wel eens de dood zou kunnen betekenen. Soms leek het alsof de stoutste fantasieën in vervulling gingen: gemakkelijke seks zonder verplichtingen. Bij anderen was sprake van ware liefde, totdat het tijd werd om naar huis te gaan. Sommige mannen trouwden hun geliefdes; duizenden niet. Sommigen wisten dat ze zwangere vrouwen achterlieten, maar zelden aanvaardden ze de consequenties van hun hartstocht.''

Gemoederen in beweging

Bevrijding De Canadese bevrijders werden hartelijk ontvangen (Canadese bevrijders in Nederland) >

Volgens 'Canadezen in actie' (1994), het boek van Paul Vroemen en Hen Bollen dat verscheen ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de bevrijding, zijn oorlogshartstochten van alle tijden. ,,Hannibal had er vóór Christus al mee te maken in Spanje en Italië, even goed als Unprofor aan het eind van de 20e eeuw in Bosnië. In het na-oorlogse Nederland heeft geen ander verschijnsel de gemoederen zo heftig in beroering gebracht als de omgang van vrouwen en meisjes met de bevrijders.''
In Nederland werden tussen 1945 en 1947 in totaal rond 7.000 kinderen geboren met een vader die tot de geallieerde bevrijdingslegers behoorde. Het aantal 'onwettige' geboorten nam een ongekende omvang aan. In 1946 werden 3374 'buitenechtelijke' kinderen geregistreerd; driemaal zoveel dan in 1940. Veel vrouween gingen wanhopig op zoek naar een echtgenoot, om de 'schande' te verbloemen. Wanneer dat mislukte werden ze niet zelden door hun ouders buiten de deur gezet en verstoten.
,,Voor de oorlog was Nederland een zeer sterke mannenmaatschappij, conservatief wat sociaal en seksueel gedrag betrof'', constateert het boek. ,,De religie had, vooral in calvinistische en rooms-katholieke kringen, een zeer sterke invloed. Er was nauwelijks seksuele voorlichting. Seksuele omgang buiten het huwelijk was taboe en in katholieke kring zelfs doodzonde. Wie een buitenechtelijk kind ter wereld bracht werd door de ouders, familie, kerk en (dorps)gemeenschap uitgestoten. De oorlogsjaren trokken een zware wissel op het 'zwakke geslacht'. Honderdduizenden jongemannen waren weg, tewerkgesteld in Duitsland of ondergedoken. De zorg voor het dagelijks bestaan, voor eten, drinken, kleding, verwarming, en in menig geval hongertochten onder barre weersomstandigheden, kwam meestal neer op vrouwen en meisjes.''
Hun 'losbandigheid' had te maken met een vorm van emancipatie die zich in de oorlog had ontwikkeld. ,,Het vrouwvolk werd zelfstandiger, zelfbewuster. Na de bevrijding van het Duitse juk ontstond een sfeer van: nu zullen we het er eens van nemen.'' Maar de vooroorlogse taboes stonden nog recht overeind: ,,Het Parool raakte in één klap 7000 abonnees kwijt toen de krant in zijn Overijsselse editie een lans brak voor het vrijgeven van condooms.''
Volgens Bollen en Vroemen waren de vrouwen volslagen argeloos en veel te goed van vertrouwen. ,,Zelfs als een huwelijk ter sprake kwam verzuimden ze bij hun aanstaande te informeren naar zijn beroep, maatschappelijke status, woonplaats, thuis. En de Jocks fantaseerden er nogal eens geducht op los en stelden de omstandigheden veel mooier voor dan realiteit was. Menigeen verzweeg dat hij getrouwd was en vader; dat hij een verloofde of vriendinnetje had.''

Canadezen bleven tot februari 1946

Bij de bevrijding van Nederland, 54 jaar geleden, was een hoofdrol voor de Canadezen weggelegd. Niet alleen werden in het leeuwendeel van de Nederlandse steden en dorpen de Duitsers verjaagd door Canadese legeronderdelen. Maar terwijl Britten, Amerikanen en Polen al spoedig werden gerepatrieerd bleven meer dan hondderdduizend Canadese militairen nog maandenlang gelegerd in ons land. Ze werden betrokken bij het herstel van de infrastructuur, bouwden bruggen en hielpen de boeren bij de oogst. Pas in februari 1946 keerden de laatste soldaten naar hun vaderland terug.
Dat verklaart waarom de Vereniging Bevrijdingskinderen, die vijftien jaar geleden werd opgericht, aanvankelijk 'Vereniging van Canadese Bevrijdingskinderen' heette. ,,Ongeveer 70 procent van de gezochte vaders kwam uit Canada, 15 procent uit de Verenigde Staten en nog eens 15 procent uit Engeland'', vertelt secretaris Wolfgang Oude Aost, die vanzelfsprekend ook vaak om uitleg wordt gevraagd over zijn eigen opmerkelijke namen. ,,'Oude Aost' komt uit Denekamp; het is een verbastering van 'old hoes'. En mijn moeder heeft m'n Amerikaanse vader ontmoet in Duitsland. Zij vond 'Wolfgang' daarom een toepasselijke naam. Ik moet het er maar mee doen.''
Z'n moeder maakte geen problemen toen Wolfgang naar z'n afkomst vroeg. ,,Ik was een jaar of acht en merkte op dat andere kinderen een vader hadden, terwijl zij alleen was. Ze liet meteen een foto zien: een jonge Amerikaanse soldaat voor een tank. Dat was toen genoeg. Later, in m'n puberteit, schreef ik onbeholpen briefjes in steenkolenengels naar z'n oude adres, maar antwoord bleef uit. Ook toen ik ging trouwen en een trouwkaart stuurde. Net zo toen er kinderen kwamen. Ik vond het jammer, maar hield me er verder niet mee bezig; ik had het heel erg druk met andere dingen. Tot ik eind 30, begin 40 werd. Opeens stortte ik in. Ik kreeg therapeutische hulp - gelukkig. Daardoor ontdekte ik wat ik miste: ik wilde weten wie mijn vader was.
De krant maakte hem attent op de Vereniging Bevrijdingkinderen. Die organiseerde een avond. ,,Ik móest er heen, maar ik geneerde me. Ik dacht: ik ben de enige met dit probleem. Maar er zaten allemaal mensen uit 1946. En niemand vond het vreemd. Wel kwam de vraag aan de orde: wat heb je gedaan aan de oplossing? Eigenlijk niets; 't zat in m'n hoofd, maar er kwam niets uit handen. Dat zette me aan tot actie. Ik schreef nieuwe brieven, informeerde ook bij andere instanties, kwam uiteindelijk achter z'n nieuwe adres, schreef opnieuw, maar weer bleef ieder antwoord uit. Uiteindelijk besloten m'n vrouw en ik er heen te gaan. Ik postte bij z'n huis. Daar woonde hij alleen; hij is ongetrouwd gebleven. Na uren kwam een man naar buiten. 'Dat is 'm', wist ik. Ik sprak hem aan en stelde me voor als z'n zoon. 'Kan niet', was zijn reactie, maar hij wilde wèl praten. 'Wat kom je doen?', vroeg hij in het café waar we gingen zitten. 'Ik wil meer van je weten. Laat me zien waar je naar school ging, waar je werkte, enzovoort'. Hij voelde daar wel voor. We bezochten zelfs z'n zus. Zij vroeg: 'Wie heb je meegebracht?' Zijn antwoord: 'He is my son....'. Sindsdien schrijft hij elke drie weken een brief, over ditjes en datjes, zonder diep in te gaan op z'n eigen gevoelens. Dat hoeft ook niet. We hebben contact en daar gaat het om.''

De herinneringen vervagen

Wolfgang Oude Aost vindt dat het resultaat zijn leven heeft verrijkt. ,,Ik ben er een gelukkig mens door geworden.'' Ook daarom steekt hij per week zo'n twintig uren vrije tijd in de vereniging, die inmiddels 875 geallieerde vaders heeft opgespoord. ,,Maar je merkt wel dat het einde van de mogelijkheden nabij is. In het begin vielen de vaders als rijpe appelen in de mand. Toen wisten moeders nog veel details te vertellen. Of tantes en zussen, die vanaf het begin van de zwangerschap vaak als vertrouwenspersoon fungeerden. Intussen drogen de gegevens op. In de bejaardenhuizen slaat dementie genadeloos toe. En de vaders zijn intussen tegen de 80 of nog ouder, wanneer ze nog leven.''
Oude Aost is rechercheur bij de politie in Apeldoorn en dat beroep komt van pas bij zijn naspeuringen. ,,Soms weten mensen niet hoe belangrijk sommige gegevens kunnen zijn. Er meldde zich eens iemand met een zakboekje. 'Ik heb alleen een naam en een legernummer; daar kunnen jullie waarschijnlijk niet veel mee', dacht hij. Maar dat kan al haast genoeg zijn.''
In samenwerking met Jan Boers, contactpersoon van de vereniging in Canada, is intussen een computer-databank opgebouwd waarmee alle bewegingen en standplaatsen van Canadese legeronderdelen in Nederland per dag zijn na te gaan. ,,Een verzoek uit bijvoorbeeld Rijssen levert onmiddellijk een beperkt aantal eenheden op; op doortocht, voor enkele dagen of met een maandenlang verblijf.''
Als leidraad dient verder een uitvoerige vragenlijst naar voor de hand liggende en soms schijnbaar triviale gegevens. Soms kan juist dat ene kleine detail ertoe bijdragen dat de gezochte vader ook inderdaad wordt gevonden. ,,In Canada gaat Boers er verder mee aan de slag; informeert bij zijn contactpersonen daar; via internet; doet soms zelfs persoonlijk onderzoek ter plaatse. Personen die hij vindt worden niet onder druk gezet; soms laten de persoonlijke omstandigheden geen ruimte voor verdere contacten. Maar nagenoeg altijd volgt een positieve reactie; vaak zelfs van de eigen kinderen die juist blij zijn met een halfbroer of -zus in Nederland.''

Een generatie die zich verstopt

Een Belgische bevrijdingsdochter vertelde in het programma van Paul Witteman dat haar moeder alle contacten definitief verbrak, nadat ze haar de persoonlijke gegevens over haar vader had gegeven. Ook de moeder van Marjo van Tienhoven reageerde furieus op de onthulling van haar nicht: de schande was bekend geworden; het gezinsgeheim was doorbroken. De contacten werden moeizaam. ,,Ik heb begrepen dat ze smoorverliefd op hem was. Maar toen ze hem vertelde dat ze zwanger was reageerde hij met: 'wie zegt dat het van mij is'. Dat heeft ze hem nooit vergeven en daarom wilde ze niets meer van hem weten. Zij vertegenwoordigt de generatie die zich verstopt; die nooit geleerd heeft om met moeilijke gevoelens om te gaan. Wanneer we elkaar spreken gaat het óveral over: maar nooit over zichzelf.''
De man die haar opvoedde overleed voordat de waarheid aan het licht kwam. ,,Het is zo jammer. Onze band was goed genoeg; voor mij blijft hij mijn vader. Ik begrijp heel goed wat hen is overkomen. Maar ik heb er geen begrip voor dat hun omgeving niet besefte wat voor impact zoiets op je eigen leven heeft. Daarom ben ik ook fel tegen bijvoorbeeld anonieme zaaddonoren.''
Ze weet intussen wie haar biologische vader is. ,,Ik heb hem aan de telefoon gehad. Zijn toon was warm en hij vertelde ook over mijn moeder. Maar het gesprek ging moeizaam. Hij heeft een beroerte gehad; hij articuleert slecht zonder dat hij dat beseft. Essentiële antwoorden op vragen heb ik daardoor niet goed verstaan. Die hoop ik te krijgen wanneer ik hem bezoek; hopelijk in de loop van dit jaar. Maar daarom viel een brief die ik wat later van hem kreeg me rauw op m'n dak. Daarin beweerde hij opeens dat hij begin 1944 alweer thuis was. Een doorzichtige smoes, want toen was er nog geen enkele geallieerde soldaat in Nederland.''

’Laat ze nu naar huis gaan’

De dankbaarheid van de Nederlandse bevolking voor zijn bevrijders was in 1945/'46 overigens van korte duur. Om te beginnen bij de Nederlandse jongemannen, die het grandioos moesten afleggen in de concurrentiestrijd; zelfs werden geweerd uit danszalen en clubs. Vervolgens bij de Canadese legerleiding, die genoeg kreeg van negatieve publiciteit over de 'morele standaard' bij de soldaten. Het Nijmeegs Dagblad vertolkte in januari 1946 de algemene gevolens van een groot deel van de bevolking: 'Laat ze nu naar huis gaan. We zijn hen dankbaar, maar nu moeten ze naar huis. We zullen deze aardige, lachende kerels niet vergeten en onze beste wensen zullen hen altijd vergezellen. Maar laat ze nu gaan. Ze zijn hier niet gelukkig en wij zijn niet langer blij dat ze bij ons zijn'.

Voor nadere informatie:
The Liberation Childen of The Netherlands (E/NL)



DUTCH COURAGE'S PRODUCTIONS
Documentaires: Arnhem Spookstad | Rees: De verzwegen deportatie | Kriegsgefangenenpost | Drama SS Pavon
Publicaties: Artikelen en features | Krapulistische oprispingen | 100 jaar Apeldoornse Courant
Webcams: World Webcam Monitor > Unprotected webcams > Cruiseship cams > List of webcams and more
Media: Press > TV > Radio & video > Twitter and more
World: Atlas | Natural events | Weather > Climate change | Disasters > Earth's End
Various: Dutch Courage's Boeken | Guitar at Charles Bridge | Contact

Aangepast zoeken
© André Horlings
Make a Free Website with Yola.