Kille ontvangst Joden: 'Buurman heeft pak van vader aan'


Van de 110.000 uit Nederland gedeporteerde joden kwamen na de oorlog slechts 5000 terug. Ze werden niet met open armen ontvangen. Hun terugkeer maakte latente anti-semitische gevoelens los en dat leidde soms tot uitermate pijnlijke reacties. De meeste Nederlanders waren zo vervuld van hun eigen oorlogservaringen, dat ze maar weinig interesse toonden voor wat zich buiten de landsgrenzen had voltrokken. Zij hadden de joden, die uit het straatbeeld verdwenen waren, kennelijk niet gemist.
,,Ik was de bijna-vreemdeling die alles aan moest horen wat ieder ander uitentreure had gehoord en ik kocht met mijn gewillig oor en mijn discrete zwijgzaamheid aanvaarding'', schreef Gerhard Durlacher (67), die met zijn ouders in 1942 uit Apeldoorn werd weggevoerd en er in 1945 als enige terugkeerde. Veertig jaar na de oorlog doorbrak hij zijn stilzwijgen in autobiografische verhalen, waarvoor hij vorig jaar de Libris-literatuurprijs ontving. Citaten uit zijn boeken ondersteunen hieronder het betoog van geschiedkundige Dienke Hondius, die eind jaren '80 als eerste wetenschapper onderzocht hoe de teruggekeerde joden in Nederland werden ontvangen.


Joden werden kil ontvangen na terugkeer uit de kampen

'De buurman heeft het pak aan van mijn vader'

Door ANDRÉ HORLINGS

Durlacher < De meeste citaten in dit artikel zijn van Gerhard Durlacher (1928-1996). Foto Klaas Koppe.

(5 mei 1995) Het was een simpele zin in de epiloog van een verbijsterend werk, 'Ondergang' van dr. J. Presser, waarin de verdelging van 105.000 Nederlandse joden pas in 1965 voor het eerst in al zijn gruwelijke details werd besproken. 'Er zal echter weinig twijfel aan bestaan, dat zeker in de eerste tijd na de bevrijding in Nederland tegenover de teruggekeerde Joden een, laat ons zo neutraal mogelijk zeggen, negatieve houding is voorgekomen'. ,,Dat intrigeerde mij'', zegt drs. Dienke Hondius uit Amsterdam. ,,Ik studeerde geschiedenis en besloot mijn doctoraalscriptie aan dat onderwerp te wijden''. Zij was de eerste wetenschapper die diepgaand studie maakte van het anti-semitisme in Nederland rond de bevrijding Haar doctoraalscriptie Terugkeer verscheen in 1990 als boek..

Het is een beklemmend verhaal. Over de sluipende wijze waarop in de oorlog de maatschappelijke scheiding tussen joden en niet-joden werd gerealiseerd en de joden geleidelijk uit het straatbeeld verdwenen. Over de deportatietreinen die vrij onopgemerkt vertrokken. Over het verzet, dat pas echt op gang kwam als protest tegen de Arbeitseinsatz van Nederlanders, toen het voor de meeste joden al te laat was. Over het gebrek aan belangstelling voor hun lot, bij de regering in Londen en in de illegale pers. En over hun moeizame terugkeer na de bevrijding, toen de meesten bij gebrek aan opvang nog wekenlang noodgedwongen in hun concentratiekampen moesten blijven.
,,De belangstelling voor de terugkeerders was bijzonder gering'', constateert ze. ,,In de jaren '30 was de jodenvervolging in Duitsland als een joods probleem beschouwd; Westerbork is als opvangkamp voor joodse vluchtelingen gebouwd met joods kapitaal. En in 1945 werd er aan de grens geen enkel onderscheid gemaakt tussen joden en niet-joden. Het gevolg was dat mensen die naar verhouding zoveel méér hadden meegemaakt dan anderen nog eens extra in de kou kwamen te staan''.

Onvoorstelbaar onbegrip

Haar voorbeelden getuigen van een nu onvoorstelbaar onbegrip. De Auschwitz-overlevende die aan de grens een toespraak aan moest horen 'met veel clichés en veel Vaderland' en in de trein circa vijfmaal het Wilhelmus op een krassende grammofoonplaat. De bus die bij Vaals werd tegengehouden, omdat de passagiers niet over geldige papieren beschikten; het 'maar we komen uit Dachau' beantwoord met 'niets mee te schaften!'. De school in Sittard, hekken en deuren op slot en bewaakt door 15-jarige padvindertjes, die de mensen terugduwden in de rij. De hoofdkraan die door nonnen werd afgesloten toen een vrouw uit Theresiënstadt, die geduldig haar beurt had afgewacht, zich na tien uur 's avonds nog wilde wassen. De kampoverlevende die niet voor een schadevergoeding in aanmerking kwam omdat hij achter was met de premiebetaling.

In Eindhoven zijn wij geen passagiers maar vrachtgoed. Op een zijspoor voor goederenwagons, naast een betonnen kolos met kleine ramen, stappen wij uit. Een groot bedreigend hek met prikkeldraad roept zwarte beelden op. Om mijn nek hangt een genummerd, groen label. In lange rijen staan wij voor de wagens en lopen, na bevel, met bundels of met lege handen naar de ingang van het Veemgebouw. Een kille kampsfeer hangt daar als een loden wolk.
G.L. DURLACHER, 'STREPEN AAN DE HEMEL'


Dienke Hondius is van ver na de oorlog, uit 1960. Ze heeft geen joodse achtergrond. ,,Ik kom uit een gereformeerd nest. Toen ik in Amsterdam ging studeren, raakte ik betrokken bij acties tegen racisme. Ik ging werken bij de Anne Frank-stichting en kreeg er veel met overlevenden te maken. Ik ging materiaal verzamelen: oorlogsdagboeken, memoires van mensen die terugkeerden, en ik vulde dat aan met archiefonderzoek. Hun boodschap was vaak: 'we kwamen weer terug, maar er was niet op ons gerekend'. Ze hadden maar weinig mensen ontmoet die naar hen wilden luisteren''.

Bij onze thuiskomst bleken wij woordarme reizigers. De taal voor onze belevenissen ontbrak. De afgesleten woorden die er waren, bleven achter onze tanden, want vrijwel niemand was er om ze in ontvangst te nemen en vrijwel niemand wilde luisteren, laat staan begrijpen. Zij zouden de bevrijdingsroes vergallen en veler zelfbedrog ontmaskeren.
G.L. DURLACHER, 'STREPEN AAN DE HEMEL'


Het ernstigste incident in haar boek betreft de ontvangst van achttien statenloze joodse mannen in het kamp voor NSB'ers en SS'ers 'Voor Galg en Rad' in Vilt bij Valkenburg. Ze moesten hun levensmiddelen en rookartikelen afgeven. Toen ze protesteerden omdat een van hen werd gedwongen kniebuigingen te doen, werden ze als gevangenen beschouwd. In opdracht van de commandant, die kenbaar maakte 'geen jodenvriend' te zijn, moesten ze de volgende dagen driemaal daags samen met de NSB'ers en SS'ers op appèl verschijnen, dwangarbeid verrichten en exerceren, blootgesteld aan de spot van toekijkende buurtbewoners. En toen ze uiteindelijk mochten vertrekken, bleek vrijwel al hun textiel, rokerij en etenswaren te zijn verdwenen.
,,Dat dit geval bekend is geworden, is te danken aan het feit dat de verklaring van een van de betrokkenen op zijn uitdrukkelijke verzoek schriftelijk werd vastgelegd'', vertelt Dienke Hondius. ,,Maar het staat niet alleen. Naar aanleiding van mijn scriptie kreeg ik nog meer reacties over Vilt, en ook zijn er verhalen over joden en ex-politieke gevangenen die in Vught samen met NSB'ers de nacht moesten doorbrengen en over NSB'ers die al in Westerbork werden gehuisvest toen zich daar nog honderden statenloze joden bevonden''.

Een Amerikaanse legertruck bracht me tot voor het politiekantoor. Daar zaten we drie jaar geleden achter de tralies na de razzia van 2 oktober '42. Ik moest wel wat overwinnen om naar binnen te gaan. Bij de wachtcommandant informeerde ik naar een inspecteur van wie ik wist dat hij te vertrouwen was. De deur achter me ging open. Een agent stommelde binnen en meldde iets dat ik niet verstond. Toen hij zich omdraaide zag ik zijn gezicht. Of hij me herkende weet ik niet. Mijn paniek moet zichtbaar zijn geweest. Nadat de gangdeur was dichtgegaan zei de wachtcommandant tegen me dat de agent de bevelen van SS en Feldpolizei indertijd niet kon negeren. Hij had immers vrouw en kinderen. 'U laat hem toch met rust, neem ik aan?' Ik was te verbijsterd om te antwoorden. De gedachte aan wraak was niet eens bij me opgekomen.
G.L. DURLACHER, 'QUARANTAINE'


Ze haalt een voorbeeld aan van een joodse legerkapitein, die in Maastricht zijn uit Bergen-Belsen teruggekeerde zieke vrouw en twee kinderen zonder toestemming uit een primitief opvangcentrum haalde om ze naar een Amsterdamse verpleeginrichting te brengen; een overtreding van de isolatieregels. Het leverde hem een forse reprimande op en deemoedig gaf hij toe 'onjuist te zijn opgetreden en meer uit sentiment dan met verstand te hebben gehandeld'.
Zelfs een verzetskrant als Het Parool ging in de fout, in een commentaar over de terugkeer van een joodse sociaal-democraat als gedeputeerde van Noord-Holland: 'Dit bericht baart in breeden kring verwondering. De heer Polak heeft tijdens de Duitsche inval in ons land zijn post verlaten, zonder dat daar bijzonder dringende redenen voor waren'. En als antwoord op een woedende reactie wees de krant erop dat hij gemengd gehuwd was en dus weinig had te vrezen. 'Hoofdzaak is dat hij zich niet heeft ingeschakeld in de voortgezette oorlogsvoering, maar een rustig leven is gaan leiden ergens in Zuid-Amerika. Onder dergelijke omstandigheden lijkt het ons wat al te voortvarend van de betrokkene om nu maar kalmpjes weer zijn ouden zetel op te eischen'.

Mijn tante verscheen aan de deur: 'Dag jongen'. Ik kreeg een aarzelende welkomstzoen. Ook mijn oom wist zich niet goed raad met mij. Hij was wel hartelijk, maar ik voelde dat hij zijn emoties nauwelijks de baas was. De zoon in leven, maar waar is mijn jongere broer?, las ik in zijn ogen.
G.L. DURLACHER, 'QUARANTAINE'


Het verzetsblad De Patriot vond dat de joden hun dankbaarheid moesten tonen. In een reactie op een brief over het opkomend anti-semitisme schreef het blad: 'Tegenover de genoemde jodenhaat staat het feit dat alle ondergedoken joden, die thans weer opduiken, hun leven te danken hebben aan Nederlanders die uit menslievendheid, met gevaar have, goed en leven te verliezen, Joden verborgen hebben gehouden. De opgedoken Joden mogen God danken voor de in die vorm verleende hulp, en zich klein voelen. Er zijn misschien veel betere mensen mee verloren gegaan. En ook dat mogen alle opduikers bedenken: er is veel goed te maken. Legio zijn de gevallen van mensen, die in het ongerede geraakt zijn door den Joden geboden hulp'.
Het onbegrip snoerde velen de mond. De meeste Nederlanders kenden één oorlog: hun eigen. Voor wat zich buiten de landsgrenzen had afgespeeld bestond nauwelijks interesse. Dat merken niet alleen de joden; ook de Indische Nederlanders, de dwangarbeiders en vele anderen konden erover meepraten. Maar dat deden ze niet.

Ik was de bijna-vreemdeling die alles aan moest horen wat ieder ander uitentreure had gehoord en ik kocht met mijn gewillig oor en met mijn discrete zwijgzaamheid aanvaarding. Ik leerde weer als mens te leven onder mensen, vond gastvrijheid, soms zelfs warmte en metselde het verleden in mijn geheugen dicht. Waarom na bijna veertig jaar de specie niet meer houdt laat ik aan anderen over ter beantwoording.
G.L. DURLACHER, 'STREPEN AAN DE HEMEL'


De bijna volmaakte desinteresse leidde tot fatale blunders, waarvoor gebrek aan kennis onmogelijk meer als excuus kan worden aangevoerd. Zo kreeg een joodse vrouw, die bij het Rotterdamse weekblad 't Opfrissertje had geklaagd over anti-semitische grappen, een brief terug die getuigde van een onvoorstelbare botheid: 'Wij kunnen ons zo voorstellen dat u in de moffentijd ook van die vlammende protestbrieven schreef naar de Deutsche Zeitung over de gaskamers, Jodenster, vernietigingskampen, deportatie, enz.'.
Een PvdA-blad maakte melding van een incident in een bus, waar een joodse passagier werd gemaand voor een dame op te staan. Hij vertelde dat hij net uit het ziekenhuis kwam, waar hij na terugkomst uit een concentratiekamp in uitgeputte toestand was opgenomen. 'Hadden ze jullie er maar gehouden', was haar reactie. 'Hier hebben we genoeg van jullie soort'.

Notaris Kuhlmann steekt een pijp op en blaast de rook peinzend voor zich uit. Dan richt hij zijn ogen op mij en vraagt of ik het naar mijn zin heb bij mijn familie op de heide. Ik kan mijn grieven niet voor mij houden, zelfs mijn tranen niet. Hij luistert en verstrakt. Ernstig zegt hij: 'Ik vind het moeilijk om je iets te verzwijgen en misschien nog moeilijker om het je te zeggen. Je weet dat je ouders mij wat geld en goederen in bewaring hebben gegeven. Ze hebben een wachtwoord bedacht voor het geval jullie niet allemaal terug zouden komen'. Ik mompel dat wachtwoord zachtjes, maar hij schudt zijn hoofd. 'Dat bedoel ik niet, ik weet wel dat jij het bent. Iets anders zit me dwars en ik vrees dat ik je daarmee moet belasten: een paar dagen na de capitulatie stond je tante hier voor de deur en zei dat haar man de broer van je vader is en dat zij beiden de enige erfgenamen zijn van je ouders en jou. Wat mij boos maakte was haar opmerking dat jullie vrijwel zeker omgekomen waren. Ik vroeg haar voor alle zekerheid het wachtwoord en zij bleef het antwoord schuldig. Zonder een groet ging zij weg. Woedend'.
G.L. DURLACHER, 'QUARANTAINE'


Talrijk zijn de verhalen dat teruggekeerde joden hun spullen niet of slechts na veel moeite terugkregen. Tot ver in de jaren vijftig werden daarover processen gevoerd. ,,Veel 'bewariërs', zoals deze bewaarders al snel werden genoemd, hadden vaak spullen doorverkocht of opgebruikt'', schrijft Dienke Hondius. ,,Waarom moest nu juist 'hun jood' terugkomen?''

Mijn buurvrouw begroet mij vriendelijk maar verbaasd. Zij herkent mij en vraagt mij binnen. Zij bloost als zij naar mijn ouders en onze huisgenoten vraagt. Mijn antwoord onthutst haar en zij probeert haar verwarring te verbergen door haar echtgenoot te roepen. Als hij in de deuropening verschijnt stokt mijn adem. Nog voor ik zijn ogen zie, zie ik zijn pak. Het is een pak van mijn vader, het grijze pak met het visgraatmotief.
G.L. DURLACHER, 'QUARANTAINE'


,,We hebben veertig jaar lang een vrij statisch beeld gehad van Nederland tijdens de oorlog; een land verdeeld in 'goed' en 'fout'. De laatste tien jaar blijkt het allemaal wat ingewikkelder te liggen. Er komen steeds meer nieuwe feiten los; we komen er steeds meer achter hoe tegenstrijdig de achtergronden zijn. Ik geloof dan ook niet dat we na vijftig jaar over de oorlog uitgepraat zijn'', zegt Dienke Hondius. Ze waarschuwt ervoor de negatieve reacties van vlak na de oorlog per definitie anti-semitisch te noemen. ,,Veel mensen hadden er geen idee van wat er precies gebeurd was; zelfs als ze van de verschrikkingen hadden gehoord, konden ze het zich niet voorstellen''.

Zie ook: Razzia's en andere anti-Joodse maatregelen in Amsterdam-Zuid / Rivierenbuurt


DUTCH COURAGE'S PRODUCTIONS
Documentaires: Arnhem Spookstad | Rees: De verzwegen deportatie | Kriegsgefangenenpost | Drama SS Pavon
Publicaties: Artikelen en features | Krapulistische oprispingen | 100 jaar Apeldoornse Courant
Webcams: World Webcam Monitor > Unprotected webcams > Cruiseship cams > List of webcams and more
Media: Press > TV > Radio & video > Twitter and more
World: Atlas | Natural events | Weather > Climate change | Disasters > Earth's End
Various: Dutch Courage's Boeken | Guitar at Charles Bridge | Contact

Aangepast zoeken
© André Horlings
Make a Free Website with Yola.